Free Web Hosting by Netfirms
Web Hosting by Netfirms | Free Domain Names by Netfirms

 

12/08/02

 Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.

 

 
Hit Counter
People have
visited my page!

 

WINTERKOST VOOR HEIDESCHAPEN

Blaricum is gelukkig weer verrijkt met een kudde schapen en een schaapskooi. Deze schapen komem in de winter aan hun voedsel door bijvoedering en het gras dat de heide overwoe­kert. In de voorbije eeuwen was er in de wintertijd op de heidevelden weinig voedsel te vinden. Men weidde dan de scha­pen op de stoppelweiden van de Engen en op de Meentgronden, die ten bate van de dorpen Blaricum en Huizen werden verhuurd. (1) Tegen deze gang van zaken werd in 1734 bezwaar gemaakt, waarschijnlijk door het dorpsbestuur van Laren.(2) De vol­gende akte uit het archief van Blaricum (3) behelst een betoog om het aloude gebruik te handhaven.

 

"Op den 16 April 1734 Compareerden voor Gerrit Duerkant Schout (4), mitsgaders Hendrik Gerritz van Dieren en Jan Ebbe Schepe­nen in Blaricum: Cornelis Willemsz Verwer oud Buijrmeester deses dorp, oud omtrent 63 Jaeren, Jan Dirkz Coppen oud om­trent 63 Jaeren, Jacob Brantz oud Schepen alhier tot Blaricum oud omtrent 61 Jaeren, Jan Willemsz Verwer de oude, gewesen schaarmeester (5) omtrent 62 Jaeren, Jan Willemsz Verwer de jonge, gewesen schaarmeester omtrent 60 Jaeren, Gijsbert Breghterz oud Schepen en gewesen schaarmeester alhier, omtrent 55 Jaeren, Willem Jacobz Boer, gewesewn schaarmeester omtrent 53 Jaeren, en Laastelijk Jan Willemsz Goijer gewesen schaar­meester, oud omtrent 50 Jaeren, alle erffgoijer geboren en altoos gewoont hebbende en nog wonende binnen dese dorpe uytgesondert de voorn. Jacob Brantz die geen erffgoijer is, dog ook alhier geboren en die alleenlijk de tijd van elff Jaren van uyt deses Dorpe gewoont heeft tot Huysen:

En verklaarde alle deselve Comparanten ter requisitie van de Buyrmeester van Blaricum mitsgaders van de Buyrmeester van de Dorpe Huijsen als hen voor hun intrest voegende hoe waar en waaragtig is dat sij ieder van haar jeugt aff tot in de Jaere 1732 incluys, gesien hebben, en dus ten volle bekent sijn dat de Schaapherders of Huijrders van de Nenge van Blaricum en Huijsen voornoemt / welke nenge die huijrders ider afsonder­lijk in pagt koome aan te staan. De eene van de Buijrmeester van Blaricum en de andere van de Buijrmeester van Huijsen / in die qual. - altoos ider afsonderlijk met hunne koppels schapen openbaer en in t'gesgt van een ider, genoegsaam dagelijks op de Gemeente van Goijland soo verre die gelegen is agter en ter seijde de voorn. dorpen Huysen en Blaricum, sijn koome weijden te weten allenig in de wintertijd circa vande 10 November tot de 27 Maart jaarlijks in welke tijd altoos de voorn. Gemeente van sijn hecken en andere sluijtinge ontvreed is en de paerden en koeijen van de erffgoijers tot het bewijden van de voorn. Gemeente geregtigt daar van sijn afgehaald. Sonder dat hun bekent is, dat oijt in die tusschentijd deselve schapen of enige van dien door enige schaarmeester van Goijland off andere op praetext dat daar in die tijd niet mogte weijden daar van sijn afgehaalt, dat enige bekeuringen dienaangaande sijn voorgevallen, met bijvoeginge dat sij geduyrende haer Leeftijd van ouder Luijden erffgoijers en inwoonders dese Dorps noyt anders hebben gehoord of deselve koppels Schapen hebben, voorheen ook altoos onverhinderd in opgemelde tijd, namentlijk van 11 November tot circa 27 Mrt. jaarlijks de voorn. Weijde aldaar geprofiteert en genoten sij alle gesa­mentlijk verklaren nog wijders dat hun mede van de jeugt aff aen bekent is dat de hekken en vredingen dienende tot afsluy­tinge van de voorn. Gemeente door de Buijrmeesters van de Dorpen Huijsen, Blaricum en Laren altoos en meest openbaer bevreet sijn geworden, sodanig dat de niet verder gehouden wierden die hekken en vredingen aldaar te laten blijven als tot ende 11 November als wanneer die hekken en vredingen altoos thuys gehaalt en van daar gebragt sijn geworden 't welke alsnog en tot huijden is continerende waardoor dan ook veelmalen gebeurt dat kort na den 11 November jaarlijks andere beesten soo koeijen als paerden van Stigtse en andere personen die niet geregtigt sijn tot voorn. Gemeente daar op koome te weijden sonder dat ook haers wetens in die tijde sodanige beesten oyt geschut of verbeurt verklaart sijn geworden.

 

Eijndelijk verklaren sij comparanten ook alle gesamentlijk dat sij nog noyt hebben kunnen bevinden of oordeelen dat de weij die voorgemelde Schapen op de voorn. Gemeente in opgemelde tijd koomen te genieten enig nadeel is toebrengende aan de voorn. Gemeente in het generale nog aen de vruygten daarvan in 't bysonder welke de erffgoijers die op voorn. Gemeente haer beesten jaarlijks den 12 Mey koomen te scharen en te brengen daar af sijn competeerdende".

 

De rechten betreffende het 'schapenweiden in de winter' zijn voor het eerst opgenomen in de schaarbrief van Stad en Lande van Gooiland uit 1741. In de schaarbrief van 1805 staat onder punt 24 het volgende:

"Het harde van de Gemeentens en ook het hooge en laage van de Gemeentens zelfs (dog alleenlijk in de tijd dat de Gemeente Weijde ontvreed is, namentlijk van 12 November tot den 27 Maart in de Wintertijd) zal door de schapen van GEKWALIFICEER­DEN MOGEN WERDEN BEWIJD, namentlijk door de koppels van Laar­en, Huizen en Blaricum ........  zullende ten dien eijnde voor de Voorn. respectievelijke koppels een vrije drift zijn en blijven over de gantsche Heijde, en paticulier zal Laaren voor haar koppel of koppels, gedurende de voorn. Wintertijd de vrije drift hebben, tusschen de Neng en het Dorp Blaricum aan de Ene en de Nieuwe Camp aan de andere zijde, tot op de voorn. Gemeente, en van daar terug".

 

 

NOTEN:

 1. A. Perk: Verslag omtrent den oorsprong en den aard der gebruiksregten op heiden en weiden in Gooiland        (1842) blz. 82

 2. Idem A. Perk: blz. 79, noot 1

 3. Oud Recht Blaricum nr. 3268 fol. 28, 29, 30.

 4. Gerrit Duerkant: 1700 - 1747. Schout van Blaricum van 1721 tot 1747

 5. Schaarmeester: 'Beambte' van Stad en Lande van Gooiland. Hij hield toezicht op het naleven van de            regels, die gesteld waen aan het beweiden van de Meent.                                  

 

 

   VHBH9205.SCH  HISTORISCHE KRING BLARICUM  NR. 15. MEI 1992                                      

             

 

  

-

 

 

 

 

 

   
   

Photo Album

Communities & Forums

Look at my new online photo album filled with pictures from my vacations, sporting events, and my family.
bulletMSN People & Chat

This site was last updated 12/08/02