|
|
|
![]() |
||
01/15/03 |
|
|
TOPONIEMEN IN DE BLARICUMMER ENG.ONTGINNING ENG.Vanaf de vroegste middeleeuwen konden Gooise boeren van de Landsvrouwe van Goyland, de abdis van Elten, stukken heide kopen. Hiervoor betaalden zij een jaarlijkse copetyns, de zogenaamde koptiende. Een dergelijk blok heide, wynne of gewanne genaamd, werd toegewezen aan een groep boeren. Zij verdeelden de wynne in stroken, zodat elk zijn eigen akker kon ontginnen , waarover hij koptiende betaalde. (1) Deze 'grondbelasting' werd jaarlijks, samen met de naam van de grondeigenaar, opgetekend in de belastingkohieren, de koptiendenboeken. Deze boeken zijn vanaf ca. 1500 bewaard gebleven. Soms werd iemand van het ontginnen uitgesloten. Bij doodslag of dood door schuld verloor men het recht 'om de veltslag te mogen doen'. (2) Blaricumse boeren ontgonnen aldus de onvruchtbare zandgronden rond het dorp. Als bemesting dienden heideplaggen vermengd met koe- of schapenmest. Dit mengsel werd op de geploegde akker gestrooid en niet ondergeploegd, zoals bij andere grondsoorten. Men poogde zo het verstuiven van het zand tegen te gaan. (3) Vanuit de dorpskom breidden de Enggronden zich uit. In oostelijke richting kon men niet verder gaan dan de Bouwvenen, die waren ontstaan door de Eemnesser veenontginning. (4) In het noorden stuitte men op de Meent, het gemeenschappelijk weidegebied. De grootste uitbreiding van de landbouwgrond vond in westelijke richting plaats op de heide. De ontgonnen akkers vormden een lappendeken. Door vererving versnipperden deze percelen vaak nog meer. Begrenzing door middel van sloten bestond niet op de hooggelegen Eng. Houtwallen en hoofdzakelijk scheistenen bakenden ieders bezit af. Soms trachtte iemand door het verplaatsen van de stenen of 'aanploegen' zijn perceel te vergroten ten koste van de belendende buren. Werd dit ontdekt en niet ongedaan gemaakt, dan leidde dit tot een proces voor het Schepenengerecht van Blaricum. (5)
GEBRUIK TOPONIEMEN.Bij het ontbreken van andere aanduidingen dan de belendingen maakte men, voor de ligging, gebruik van een toponiem. Die bestond uit de naam van een weg of 'berg' waaraan een perceel lag, of uit een veldnaam. Zo'n veldnaam kon gelden voor een gebied bestaande uit meerdere kavels, maar kon ook betrekking hebben op een enkel akkertje. Uitgebreide middeleeuwse bronnen met deze namen ontbreken in Blaricum. De grootste verzameling toponiemen werd opgetekend in de achttiende eeuwse verpondingskohieren. Bewaard gebleven zijn de delen van 1732 tot 1806 uit het rechtsgebied van Blaricum. (6) De daarin voorkomende, meer dan 220, namen duiken ook regelmatig op in schepenakten. Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op verkoop, vererving of borgstelling van bouwland. Weiland op de Meent werd zelden in akten genoemd. In en om Blaricum lagen ook enclaves die onder de jurisdictie van een andere Gooise gemeente vielen. Toponiemen daaruit werden in het belastingboek van die gemeente ingeschreven onder een apart hoofdstuk met de titel 'Blaricum'. (7) Het is moeilijk op basis van de achttiende eeuwse geschreven bronnen de ligging van een met naam genoemde akker te bepalen. Met de komst van het kadaster in 1832 verviel de noodzaak om veldnamen in akten te gebruiken. Toch bleef men, tot diep in de negentiende eeuw, er in akten gebruik van maken naast het kadasternummer. Een onderzoekje in vijf notariële akten leverde de exacte ligging op van 68 benoemde percelen. Uiteraard bleef bij onderling verkeer tussen boeren het gebruik van veldnamen levend, zoals bij verpachtingen. Door schaalvergroting van de landbouw en vooral door de woningbouw, verdwenen met de keuterboeren ook de meeste toponiemen.
TOPONIEMEN ONDERZOEK.Wijlen de heer Geervliet, heeft zich door oude Blaricummers laten inlichten over zowel de ligging als de benaming van 35 akkers. Het resultaat publiceerde hij in 1973 in Hei en Wei. Namen zijn vaak onderhevig aan verandering, vooral bij mondeling gebruik. Echter ook in oude akten gebruikte men vaak zeer verschillende schrijfwijzen en verbasteringen, zodat onder een afwijkende naam dezelfde akker werd bedoeld. Ook ontstonden nieuwe veldnamen, zoals 'Korea' rond 1950. Toch bleven tot in deze tijd achttiende eeuwse namen in gebruik. In 1983 heeft een werkgroep van de Historische Kring Blaricum zich bezig gehouden met de plaatselijke toponiemen van bouw- en weiland. Er werd een lijst gemaakt met ca. 100 namen en een kaart waarop van een aantal de globale ligging werd aangegeven. Onge- veer 33 van deze namen kwamen reeds voor in de oude verpondingskohieren. Het totaal aantal toponiemen in Blaricum, na het laatste onderzoek in oude akten, bedraagt nu ca. 300. Een droge opsomming van de oudste overgeleverde namen uit de Eng is niet boeiend. De afleiding van deze toponiemen is vaak eenvoudig. Het duidelijkst zijn de namen die afkomstig zijn van personen, beroepen, dieren, bergen, vormen en wegen.
Van de persoonsnamen overleefden er slechts enkele, zoals Cob Ebbenkamp en Caliskamp. Dit soort namen kwamen en gingen. Van de beroepen bleef over Glazenmakersberg en verdwenen de Kamp van de Molenaars en de Secretaris. Veel dierennamen doorstonden de tijd. Bekend zijn nog steeds, Varkenspaadje, Hanegekraai en Zwanenkamp. Maar wie kent nog de vele 'bergen' van Blaricum? Waar lagen de Brantberg, Bramberg, Drogenberg, Kostersberg, Looberg, Matten Koppenberg, Oomberg, Sprengelenberg, Veerckensberg, Zwartenberg? Algemeen bekend zijn nog Rijsbergen en de Tafelberg, de voormalige Kooltjesberg. Vormnamen als Vierkant, Lindeworm en Crommeland bleven, maar Buijkakker, Bijlakker, Oortje en Ronde Kampje verdwenen. Het patroon van de vroegere zandwegen bleef goeddeels behouden evenals vele benamingen, zoals Bierweg, Melkweg en Schapendrift. Sommige wegen werden omgedoopt, zoals Heetweg tot Bussummerweg, Smoorsteeg tot Capittenweg en Stegelandse weg tot Caliskampweg.
NAAMSOORSPRONG.Naar de betekenis van onbekend klinkende namen blijft het gissen. Hieronder volgen enkele mogelijke verklaringen op basis van onder meer het Middelnederlands woordenboek:
TER AFSLUITING.Het voorlopig resultaat van het recente onderzoek ligt ter inzage bij de Historische Kring van Blaricum. Het bestaat uit een lijst van meer dan 300 toponiemen. Voor zo ver mogelijk staat achter een toponiem vermeld waar deze beschreven staat. Genoemd worden, de akten met data, kadasternummers en eigenaren. Tevens zijn er kadasterkaarten van sectie A en B uit 1832 met de daarbij behorende gegevens. Deze gezamenlijke informatie kan gebruikt worden voor verschillende studies. Blaricummers kunnen de oorsprong van hun woonomgeving terugvinden. Anderen kunnen hun familie geschiedenis aanvullen. Vooral is het te gebruiken bij een studie over een Goois agrarisch dorp in de 18e en begin 19e eeuw. Hiermee zijn van de grond te bepalen: het gebruik, de ligging en de waarde. Deze factoren geven een inzicht hoe men in die periode leefde en werkte. Het hoofddoel blijft echter het vastleggen van toponiemen uit het verleden voor het nageslacht.
___________________________
Noten:
1) Hist. Kring Laren. Okt. 1986. De verdwenen nederzetting Laren bij het Sint Janskerkhof. Ir. T. van Tol 2) SAGV te H'sum. ORA Blaricum, inv. nr. 3256. Febr. 1677. 3) Stadsarchief Naarden: Stad en Lande Archief, inv. nr. 559 Notulenboek Hollandsche Mij Landbouw. 4) Naerdincklant. (p 52) Dr. A.C.J. de Vrankrijker. 5) SAGV te H'sum. ORA Blaricum, inv. nr. 3267. Juni 1708. 6) SAGV te H'sum. Gemeente Archief Blaricum, inv. nr. 319 en 320. 7) Stadsarchief Naarden. Verpondingskohier OAN 122.1.
--------------------------------------------------------------- Afbeeldingen:
______________________________________
Toponiemen in de Blaricummer Eng Hist. Kring Blaricum ‘DEELgenoot’ mei 1998
-
|
This site was last updated 01/15/03