Free Web Hosting by Netfirms
Web Hosting by Netfirms | Free Domain Names by Netfirms

 

09/28/03

 Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.

 

 
Hit Counter
People have
visited my page!

 

             

 

   Naardense Schweizers-

Talrijke publicaties zijn gewijd aan de vestiging in ons land van Portugese Joden, Walen en Hugenoten, die voornamelijk door godsdiensttwisten in de 17e en 18e eeuw hun land moesten ontvluchten. Over de instroom van een andere en minstens zo omvangrijke groep vreemdelingen, te weten Duitsers afkomstig uit het aan Nederland grenzende Westfalen, is veel minder gepubliceerd.  Zij werden niet van hun geboortegrond verdreven, maar kwamen binnen om economische redenen. Hollandgaenger   werden ze in eigen land genoemd en de emigratie naar Nederland stond bekend als die Hollandgaengerei. (1  

Twee soorten Hollandgaenger

Populair  onder de Hollandgaenger  waren de marskramers of de ‘kiepenkerls’, zoals ze in de eigen streek werden genoemd.

Aanvankelijk reisden deze kooplui met hun handelswaar in een mand hoog op de rug te voet heen en weer tussen hun woonplaatsen en het Hollandse afzetgebied.  Daar deden ze weken over. De markt in Holland werd echter zo lucratief voor ze, dat velen hun Westfaalse dorpen verlieten en zich voorgoed in Nederland vestigden.  Als vlijtige en gedisciplineerde ondernemers wisten ze het ver te brengen. Onder hen zijn de stichters van de latere winkelconcerns Vroom & Dreesman, Brenninckmeijer, Peek & Cloppenburg. Lampe en Hunkemoeler.

In de zomermaanden werd Nederland overstroomd door een ander soort Hollandgaenger, de zogenaamde hannekemaaiers. Dit waren bedreven grasmaaiers, afkomstig uit het Duitse Oost-Friesland, het Emsgebied en Westfalen. In de hooitijd kwamen de boeren in de welvarende weidegebieden in Holland en Friesland handen te kort en de hannekemaaiers werden door de rijke boeren dan ook met open armen ontvangen.  Maar zodra de oogst gedaan was, mochten ze weer vertrekken.  Slechts weinigen onder hen wisten zich blijvend in Nederland te vestigen. Erg geliefd waren ze niet, deze gastgast arbeiders van eenvoudige boerenafkomst. De Nederlanders beschouwden hen als lomperds of botteriken en bedachten weinig vleiende bijnamen voor ze, in Friesland poep, in Holland mof. (2)

Daarmee werden de hannekemaaiers onjuist naar waarde geschat. (3)  Ze kwamen naar Nederland om met hard werken (alles ging nog met de zeis) en tegen een karig loon te helpen de hooioogst binnen te halen. Dit gebeurde in een tijd waarin de vele werklozen in Nederland niet in staat werden geacht dit zware werk te doen. (4)   Uit een krantenbericht  uit die tijd bleek: ‘De werkman is krachteloos en traag, maar niet onwillig. Hoe kon het ook anders! De voeding was ellendig, zij bestond uit aardappelen, dikwijls van inferieure kwaliteit ’ (5)

Ook uit de 19e eeuwse keuringen voor de militaire dienst bleek de slechte gezondheid van de Nederlandse arbeider. In onze regio waren de hannekemaaiers  vooral actief in de uitgestrekte Eempolders en in de weidegebieden langs de Vecht.  

Hollaendische Schweizer

 Het omgekeerde kwam ook voor. Talrijke Nederlanders trokken aan het eind van de 19e eeuw naar Duitsland om te werken in Molkereien of Schweizereien, grote veehouderijen van het type modelboerderij.  Daar werkende  melkknechten noemden men Schweizer. (6)  Die bedrijven waren hoofdzakelijk gevestigd in de vruchtbare Nederrijnse laagvlakte, ruwweg in de streek tussen Venlo, Duisburg, Wesel en Kleef. (Kreis Moers) Voor de voedselvoorziening van de bevolking in de nabijgelegen Roergebied waren deze bedrijven van groot belang.

De naam Schweizerei was afkomstig van arme Zwitserse bergbewoners die als eersten voor dit werk werden aangetrokken.  Blijkbaar  wilden  deze Schweizers  niet meer   , want weldra ontstond een grote vraag naar ervaren Hollandse veehouders en melkers.  (7)  Tegen het eind van de 19e eeuw steeg het aantal Hollandse gastarbeiders aanzienlijk en hun vakbekwaamheid was dermate dat de naam Schweizerei als bedrijf al gauw plaats maakte voor die van Hiollaendgaengerei.  (8)  Het begrip Schweizer voor de individuele werker bleef in Nederland echter nog lange tijd gehandhaafd.  

Jonge Gooiers op zoek naar werk

Rond de vorige  eeuw­wisse­ling zochten  vele Gooise boerenzonen  in hun eigen omge­ving tevergeefs  naar werk in de landbouw of veeteelt. De oorzaak was dat na de aanleg van de spoorweg Amsterdam Amersfoort in 1874 steeds  meer Gooise Enggronden werden onttrokken voor woningen voor industriearbeiders, maar ook en vooral voor grote villa’s met ruime tuinen.  Het Gooi werd het favoriete woongebied van welgestelde Amsterdammers. Hele villaparken ontstonden zo. (9)  

Geen wonder dus dat de Gooise boerenjongens werkgelegenheid buiten de eigen woonstreek gingen zoeken. Berichten over de gunstige arbeidsmarkt in Duitsland sijpelden ook in het Gooi door en het duurde niet lang of de eerste Gooiers trokken oostwaarts.

Ook vanuit Naarden vertrokken jonge boerenzonen naar de Molkereien in Duitsland, met name naar de streek bewesten de stad Meurs, in het Duits gespeld als Moers. Zij kregen ieder het beheer over een grote stal met koeien. Hun werk bestond uit het  uitmesten van de stal en het voederen en het melken van de vele dieren. Dit laatste moest driemaal per dag gebeuren. Een hele overgang voor de Gooiers, want thuis waren ze met een kleinere veestapel slechts twee keer melken gewend, ’s morgens om vijf uur en ’s middags om dezelfde tijd.  Melkmachines kende men nog niet, alles moest met de hand gebeuren.  Ondanks de stevige knuisten van de boerenjongens, bezorgde het melken  hen in het begin pijnlijke polsen. Maar de verzorging was prima en ook de beloning was goed.  

Gooierzonen verlaten de Vesting

 Willem (Heinsz)  de Gooijer was vermoedelijk de eerste telg van een Naardense  boerenfamilie  die in een Molkerei ging werken.  In  maart 1905  verliet deze pionier de Vesting om in  'Kreis Moers'. Zijn geluk te beproeven. Willem  was de zoon van 'Hein de Bullenboer'.  (10)en veehouder annex meentbeambte, die ook stierhouder was, FdG)  Diens boerderij  stond in de Raadhuisstraat, op de hoek van de  Duivensteeg. Ter plaatse vinden we nu de entree van het Stadskantoor. Later bewoonde Willem, als zelfstandige boer, een houten boerderij (inmiddels verdwenen) in de Huibert van Eijkenstraat. 

In 1906 volgde zijn neef Jan Jacobsz de Gooijer Willems voorbeeld. Deze Jan was in de jaren vijftig  van de 20e eeuw  meentbeambte op de Naarder Meent. De berichten over werk en verdiensten, die deze Gooijerzonen naar huis stuurden, werkten blijkbaar aanstekelijk en een drietal neven van Willem (Heinsz) de Gooijer vertrok eveneens richting Moers. Het waren Willem Lambertsz in 1907, Gerrit Lambertsz in 1908 en Jo Jacobsz de Gooijer in 1910.

Ook zij vonden allen moeiteloos emplooi in de Molkerei.

Tijdens de spaarzame keren dat de Schweizers in Naarden op bezoek waren, vertelden ze  enthousiaste verhalen.  Van hun loon konden ze sparen voor een fiets., zodat ze geen dure treinreis hoefden te maken.  Soms kregen ze verlof van wel acht dagen om naar huis te gaan. Die gebruikten ze meestal voor bijzondere gelegenheden.. Zoals  voor 12 mei 1914, toen ze met z’n allen de 100-jarige herdenking van de aftocht van de Fransen uit Naarden (11) feestelijk vierden, tezamen met de andere Naarders. 

Aangemoedigd door de mooie verhalen van de Schweizers trok het avontuur ook jongere neven aan. Zo vertrokken ‘Herman van de Bullenboer’  (12) en zijn neven Rijk Lambertsz de Gooijer en Herman Jansz de Gooijer naar Duitsland.  De laatstgenoemde Herman woonde in zijn jonge jaren in de ouderlijke en nog bestaande  boerderij op de hoek van de Gansoordstraat en de Pijlstraat.  In de periode 1927-1967 had hij een eigen boerderij in de Bussummerstraat.

In de aangetrouwde familie kregen de jongelui eveneens de smaak te pakken. De neven Bertus Lambertsz Krijnen en Gerrit Lambertsz Krijnen vertrokken ook naar Moers. Deze broers woonden in een boerderij in de Gansoordstraat. Het woonhuis ervan  staat er nog en vormt tegenwoordig tegenover het Stadskantoor de hoek met de in 1984 gemaakte Nieuwe Steeg.

Van andere Naarders die Schweizer werden, is alleen Jacobus (Ko) Vrakking bekend.

Minstens tien neven uit de familieband De Gooijer/Krijnen verbleven voor kortere of langere tijd als Schweizer in de contreien van Moers, op zijn minst tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914.  

Het dagboek van een Naarder Schweizer

Een van de Naarder Schweizers legde zijn ervaringen vast in een dagboek. Dat was de in 1882 geboren Willem Lambertsz de Gooijer, die in 1907 de Vesting verliet. Willems vader was al op jonge leeftijd overleden. Zijn moeder de weduwe Mietje de Gooijer-Schrager, moest als brugwachtster in het onderhoud van haarzelf en een stel jonge kinderen voorzien.  Vanuit een ‘rijkswoning’ bediende zij de ‘Groene Brug’ in de Amsterdamsestraatweg.  Die rijkswoning is er niet meer, maar de brug (zij het vernieuwd) nog wel, het is de eerste vanuit de Vesting in de richting van Muiden.  Hoewel werkzaam als boerenknecht hielp Willem waar mogelijk, tot aan zijn vertrek naar de Molkerei. 

Willem’s ‘Schweizer-dagboek’ bestond uit een eenvoudig schoolcahier dat hij met zwierig handschrift vol schreef met de in Duitsland opgedane ervaringen. Op het etiket pende hij ‘Herinneringen uit de jaren 1914-1915’.

Lezenswaardig  is vooral de beschrijving van zijn laatste roerige  week in Duitsland. Dat was de week vanaf eind juli tot aan zijn terugkeer in Naarden op verijdag 7 augustus 1914. Willem verbleef toen in het Duitse dorp Schaephuysen, dat zo’n tien kilometer van de stad Moers verwijderd lag. Zijn broers Gerrit en Rijk alsmede twee neven werkten ook in de omgeving. Zijn belevenissen opgetekend in het dagboek volgen in de rest van dit verhaal.   

Een knagende onzekerheid

De Eerste  Wereldoorlog was net aan de gang en bijna gelijktijdig met het Duitse leger mobiliseerden ook de Nederlandse strijdkrachten.  Hoewel Willem 32 jaar oud was en in 1903 zijn militaire dienstplicht had vervuld, verkeerde hij toch in onzekerheid of hij opgeroepen zou worden.  Het liefst zou hij  in deze  onzekere tijd zo gauw mogelijk naar huis gaan om zijn moeder te helpen.  Zijn broers hoefden niet in dienst, die waren vrijhgeloot of hadden vrijstelling vanwege volbrachte broederdienst.  De jongere neven daarentegen waren wel dienstplichtig. Een van hen werd zelfs via het Nederlandse consulaat per direct opgeroepen om naar huis te keren om zich te melden.  Willem bracht hem naar het station in Moers. 

Onderweg daarheen bemerkten de Naarders dat de Duitsers overal bezig waren om bij de boeren paarden te vorderen voor hun veldartillerie.

Ze zagen  ook Duitse soldaten: "In hunne nieuwe veldgrauwe uniformen met helmen op en laarzen aan".   Alleen de terugweg  van Moers naar Schaephuisen, kwam Willem

Door dorpen "In volle feestdos, daar werd gevlagd en zelfs de klok geluid".­ Op zijn vraag wat dit te  betekenen had, antwoordden uitgelaten dorpelingen hem dat de Duitsers glorieuze overwinningen hadden behaald.

De gehele Russische vloot was vernietigd,  20.000 Franse vijanden gevangen genomen de bevriende  Oostenrijkers hadden hetrzelfde gedaan met  20.000 Serviërs en het gehele Servische Hof in hechtenis genomen. . Toen Willem  tegenwierp dat hij hun blijdschap  wel wat wrang vond en bovendien aan de successen twijfelde, werden de dorpelingen kwaad en achtte hij het na een scheldpartij maar beter om door te lopen. Buiten het dorp ontmoette Willem nog een ‘Hollandse huzaar’, die hem wist te vertellen dat hij van de  'Hollandsche consul' vernomen had, dat in Holland iedereen die dienstplichtig was onder de wapenen moest komen. Willem’s hoop om buiten het leger te blijven, kreeg een behoorlijke knauw.

Terug op de Molkerei  in Schaephuysen kon hij nog net afscheid nemen van zijn  baas, Ook deze had ‘Wehrpflicht’, moest direct het leger in en stond op het punt te vertrekken. "Met een Auf wieder­sehen ging de baas  weg, ach hoe weinigen  zullen dat wie­dersehen beleven".

Willem zag die roerige dagen drommen Duitse mannen vergezeld van hun vrouwen, mismoedig naar het station gaan   "allen met roodgeweende oogen, zwijgend naast elkander".  

Het vaderland roept

In overleg met zijn neef Bertus nam Willem zich voor om naar de Nederlandse consul te gaan  om te vragen hoe de voor hem de nou precis in de steel zat.   Voordat het zover kwam, toonde een andere Nederlander, die in de buurt werkte hem een Duitse krant met een oproep.

 "in de Hollandsche taal, door de consul daarin geplaatst en daar stond zwart op wit dat Hare Majesteit de algemeene mobilisatie bevolen had van de Land- en Zeemacht".  

Door dit onzalige bericht werd Willem’s laatste sprankje hoop, om buiten schot te blijven, definitief de bodem ingeslagen. Zijn militaire plunje had hij lang geleden al ingeleverd en begin 1914 – en dat was deze week – zou hij officieel vrij zijn gelomen van alle dienstplicht/ Maar nu, nu was er geen ontkomen meer aan, het vaderland had hem nodig, hij had zijn plicht te vervullen.

Na een ontroerend afscheid van de achterblijvende Schweizers, wende hij  tot neef Bertus Krijnen, die hem zou vergezellen op weg naar huis. Hij ging zich melden.

 "We togen op reis, neef en ik, alles achterlatend, alleen ons beste pak aan en de fiets bij ons en ons geld. Al het andere lieten we bij de boer staan. Waarom? Och we dach­ten; worden we  doodgeschoten dan hebben we toch niets meer noodig en overleven we de crisis dan zullen we het wel eens komen halen. Zoo kwamen we dan aan het station waar we dik­wijls geweest waren om neefs of vrienden naar de trein te brengen of zelf ons in de trein te begeven om een acht of veertien dagen naar huis te gaan".

 

Problemen aan de grens

In normale tijden vertrok de trein vanuit Moers 14.30 en  zouden de jongens  om 19.00 uur op het station Naarden-Bussum aankomen. Nu was daar geen sprake van. Al het personenverkeer lag stil.

De beiden Schweizers besloten daarom  maar op de fiets  naar Venlo te gaan. Een fietstochtje van anderhalf uur en ze zouden daar zijn. Vanuit Venlo zouden ze de reis naar huis dan met de trein kunnen voortzetten.

Maar helaas, net buiten het dorp Schaephuysen werden ze al aangehouden door de mannen van de plaatselijke ‘Feuerwehr ’, die alle wegen rond het dorp controleerden en hen, ondanks het vertonen van geldige papieren, voor verdere controle naar het ‘Buergermeisteramt’ commandeerden.  In de volgende dorpen herhaalde zich deze tijdrovende procedure.

Pas  laat in de middag kwam eindelijk de grens van Venlo in zicht  Maar :

 " oh wee, daar wilden ze ons absoluut net Duitsland uit laten".

De Duitse douane eiste een bewijs waarin stond dat zij voor de militaire dienst in eigen land waren opgeroepen. Alleen op vertoon van dat papier zouden ze de grens mogen passeren.

De jongens werd bevolen de Nederlandse consul in het 50 km verderop gelegen Kleef te bezoeken die hun dit bewijs kon verschaffen.

 

Via Kevelaer en Kleef naar Naarden

 Daar het al laat was om Kleef nog op tijd te bereiken, besloten de Naardense neven door te fietsen naar het halverwege in de richting van Kleef gelegen bedevaartsoord Kevelaer om te proberen daar logies te vinden.

 "Daar waren we nogal bekend, omdat we ieder jaar er naar toe gingen als de Gooische Processie er was, want dan troffen we altijd familieleden en bekenden".

 Maar onderweg kregen ze bandenpech en  werden ze bovendien geteisterd door zware onweersbuien. Kleddernat met bemodderde kleren bereikten ze ’s avonds laat Kevelaer, waar ze in een Gastwitsschaft hun kleren mochten drogen, wat te eten kregen en de nacht doorbrachten.   

De volgende ochtend vervolgden ze de reis per trein, de fietsen gingen mee. In Kleef aangekomen bleek de wachtkamer van het consulaat met vijftig lotgenoten afgeladen.

Maar de consul en zijn assistent schreven en stempelden er lustig op los.

Eenmaal  in het bezit van het vereiste document werd de reis per fiets door een prachtig heuvellandschap in de richting van Nijmegen voortgezet.  Op vertoon van het oproepbevel werd de grens bij Berg en dal probleemloos gepasseerd. Ze waren thuis in eigen land.

De oude keizerstad werd in de namiddag vlot binnengepeddeld, maar bij het station aangekomen, bleek de eerstvolgende trein pas om 19.30 te vertrekken. Ze besloten daarom de stad wat te gaan verkennen. Het was onrustig in het centrum, veel pratede burgers op straat en daar tussen  wemelde het van de militairen.

"Toen we dan eindelijk om half acht van Nijmegen vertrokken, trof ons al direkt het bevel dat bij de overgang van de Waal, alle ramen van de coupé's dicht moesten, zulks met het oog op de toestand van de brug, die heelemaal klaar lag om in de lucht te vliegen

 Zoo kwamen we dan ten laatste in de nacht van Donderdag op Vrijdag 7 Augustus om half één in ons dierbaar stadje Naarden aan . Onderweg hadden we al gelegenheid om de vruchten van de mobilisatie te aanschouwen. Al die mooie boomen langs de Laarderweg waren meedoogenloos omgehakt, de ondereindjes stonden er nog. Ook had men al eenige huizen gesloopt …. ‘ 

Een militaire verrassing en een dooie boel

Eenmaal thuis werd Willem door zijn moeder en de andere familieleden hartelijk verwelkomd.  De legerleiding bleek bovendien een verrassing  voor hem in petto te hebben. Toen zijn moeder  hem het toegezonden militaire zakboekje overhandigde, bleek dat hij was  gelegerd in ……  de kazerne Oranje te Naarden. Een geluk bij een ongeluk, maar het weerzien met Naarden bleek voor Willem toch geen onverdeeld genoegen.   

 “Het was een dooie boel hier in de stad. De tram mocht er niet door en niemand kon van buiten de stad binnenkomen tenzij met een zoogenaamde pas en wij  militairen mochten er heel niet uit. Het was dan ’s avonds kolosaal druk, want dan kwamen er  veel familieleden en bekenden van de soldaten over, doch vooral ’s Zondags was het enorm. Doch na een paar weken kwam daarin verandering, want op den duur had dat toch niet goed gegaan om al die soldaten maar steeds thuis te houden en daarom werd toegestaan dat elke dag een zevende gedeelte met verlof kon gaan. Toen was het met de grootste drukte uit, en eindelijk mochten we ook ’s avonds de stad uit, maar ’s avonds om 9 uur binnen. Later werd het 10 uur en met 1 Februari 11 uur”

 Voor Willem (Lambertsz) de Gooijer en zijn meeste neven was de mobilisatietijd aangebroken. Het zou een tijd worden van paraatheid en weinig actie, want Nederland bleef gelukkig buiten de oorlog.  In de familiealbums staan de Naarder Schweizers

niettemin krijgshaftig afgebeeld. Enkele beelden zijn in dit verhaal opgenomen.

Toen de oorlog in 1918 was afgelopen, koos iedere ex-Schweizer zijn eigen weg.

Een aantal keerden terug in het vertouwde boerenvak, enkele andere  werden  politieagent,  postbode   of  gingen in een fabriek werken.                 

                                                     _________________________

 

ONDERSTAANDE NOTEN: HEBBEN NIET GESTAAN IN ‘DE OMROEPER ‘ VAN NAARDEN -  2003 nr. 3. 

1. DE HOLLANDGÄNGEREI.  Gerda F. van Asselt. 

2. TOEN IK NOG JONG WAS. Hoofdstuk: Het water, hannekemaaiers en nog wat.       (blz. 15 t/m 67). Justus van Maurik (1846-1904) (Schetst een negatief beeld van        de hannemaaiers . Het negatieve beeld kan ontstaan zijn door de werkelijke             laagstaande en verachte Duitsers, die eeuwenlang door hun potentaten werden       verhuurd aan het Staatse Leger van ‘onze’  Republiek.       

3. VREEMD GESPUIS. Hoofdstuk: Poepen, knoeten, mieren en moffen. (blz. 29            t/m 37)  (de negatieve houding t.o.v.  de hannemaaiers  blijkt niet veranderd te   zijn) 

4. DE LAGE LANDEN AAN DE ZEE (blz. 155 en 159) Jan en Annie Romein.    

5. GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND 1850-1925. (blz. 126 en 133) Prof. dr. L.G.J.     Verberne. 

6. MEYERS KONVERSATIONS LEXIKON 1889, HERDERS KONVERSATION               LEXIKON 1905.    Schweizer wodt omschreven als (Landwirtschaft) der Leiter          einer Schweizerei (=Hollaenderei) bisw. Viehaerter.  (In de Nederlandse                  woordenboeken  staat hun Duitse tegenhanger  negatief omschreven )   

7. Einde 19e eeuw kwam er meer welvaart in Zwitserland, terwijl in Nederland de                  landbouwcrisis heerste  door de goedkope aanvoer van graan uit de USA.  Ook              werden  de eerste landbouwmachines werden ingevoerd.  In Nederland was dus een      overschot aan landarbeiders. 

8. Naar mijn mening (FdG)  werd vooral in Noord Duitsland gesproken van Hollaenderei     en in het de omgeving van het  Roergebied van Schweizerei.  

9. GOOISCHE  VILLAPARKEN – Ontwikkeling van het buitenwonen in het Gooi tussen    1874 en 1940.   --  uitg.  Schuyt & Co   --   ISBN 90 6097 277 5   

10) Hein Willemsz de Gooijer was  meentbeambte  op de Naarder Meent.  Hij had  vee en hield  een stier voor  de koeien van de Naardense  erfgooiers.   In het weideseizoen  maakte hij met zijn stier zijn ronde over de Meent. Om zijn  komst aan te kondigen blies hij op een grote Ossenhoorn.  Tijdens de stalperiode  brachten de erfgooiers hun koeien naar zijn boerderij.  Door de spleten van de schutting genoot de jeugd van het schouwspel.   

11. De vesting Naarden werd door het  Napoleontische Franse leger bezet gehouden.  Het pas  opgerichte Nederlandse leger belegerde de Vesting van November 1813 tot 12 mei 1814.  De Fransen trokken toen vrijwillig weg, nadat een Franse gezant  hen de val van Napoleon kwam melden.   

12. Herman Heinsz de Gooijer werd ‘Herman van de Bullenboer’  genoemd, om geen verwart te worden met zijn neef Herman (Jansz) de Gooijer.  Beiden waren vernoemd naar hun grootvader Harmen Krijnen. Herman Heinsz de Gooijer  werd later hoofdopzichter bij Stad en Lande van Gooiland.  Om de neven in Duitsland uit elkaar te houden  kreeg  Herman Jansz de bijnaam Charl.      

AFBEELDINGEN:

- In Duitsland liet Bep Lambertsz Krijnen deze foto maken, waarop hij heel  trots poseert met zijn in Duitsland verdiende fiets. 

- Groepje feestvierende Schweizers tijdens het regeringsjubi­leum van keizer Wilhelm II in 1913. In het midden Herman Jansz de Gooijer. Rechts boven met bolhoed Rijk Lambertsz de Gooijer. 

- Ansichtkaart met op de achtergrond een 'Molkerei', in 1906 verzonden door Willem Heinsz de Gooijer.

- Poserende Schweizers. Links zittend Willem Lambertsz de Gooijer, links      staande Bep Lambertsz Krijnen en rechts staande Willem Heinsz de Gooijer.

 De Omroeper nr. 3 2003 door F.J.J. de Gooijer
 

 

 

 

 

 
 
   
   
   

This site was last updated 09/28/03