|
|
|
![]() |
||
12/08/02 |
|
|
NAARDEN GAAT MET HAAR TIJD MEE
Met de kippen op stok
De torenklokken van stad en land wezen eeuwenlang de plaatselijke zonnetijd aan. Men zette om 12 uur de klok gelijk aan de zonnewijzer als die de hoog-ste stand van de zon aanwees. Zolang het reizen te voet of per trekschuit ging, gaf dit weinig problemen. Het meeste verkeer vond plaats in de provincie Holland waar het tijdsverschil gering was. De Hamburger Postkoets vermeldde, wijselijk alleen de vertrektijd in Naarden. Verder werd alleen de reistijd genoemd, want zelfs in Oost-Nederland liepen de klokken al één kwartier voor op het Westen. De oude primitieve uurwerken waren echter on-nauwkeurig, een kwartier meer of minder telde niet. De meeste mensen ston-den gelijk met de zon op en gingen kort na zonsondergang naar bed.
Chaotische tijden
De chaos in de tijdaanduiding begon juist in de meer 'moderne' tijd. Nieuw aangelegde straatwegen verhoogden niet alleen de snelheid, maar ook de toe-name van diligences. Deze onderlinge 'lijndiensten' moesten op elkaar aan-sluiten. In verschillende almanakken, waarvan de Enkhuizer als enige is overgebleven, stonden allerlei tijden. Vermeld werden vertrektijden van trekschuit en diligence, maar ook sluitingstijden van stadspoorten. Naarden sloot vroeg in de avond de poorten en daarmee tevens de straatweg van Amersfoort naar Amsterdam. De tijdstabellen, die men raadpleegde, waren zeer ingewikkeld. Door de lengtevariatie van de dagen was het tijdsverschil tussen voor- en najaar een half uur. Om die reden werd de meridiaan van de stad vermeld in de tabel met de daarbij horende zonnetijd. Het is logisch dat de handelsstad Amsterdam het meest als uitgangspunt diende. Amsterdam koos daarom in 1832 voor een middelbare tijd. Voortaan werden de stadsklokken maar één keer per jaar gelijk gezet aan de hoogste zonnestand. Als ge-volg van het aannemen van een vaste gemiddelde tijd, liepen de klokken daar niet meer gelijk met de zonnewijzer. Het was jammer dat niet alle steden dit voorbeeld volgden. Haarlem hield vast aan de zonnetijd. De klokken van Amsterdam liepen in februari een kwartier voor op Haarlem en in november een kwartier achter. Naarden heeft waarschijnlijk in deze periode de plaatselijke middelbare tijd aangenomen die weinig verschilde van de Amsterdamse.
Zoveel hoofden, zoveel zinnen
Met de komst van de telegraaf en de spoorwegen werd eenheid van tijd een noodzaak. Deze diensten kozen omstreeks 1860 de Amsterdamse tijd. De over-heid liet de tijdsbepaling verder over aan de vrijblijvende beleefdheid van de gemeentebesturen. Veel grote steden bleven dus vasthouden aan hun 'eigen' tijd. De verwarring werd kompleet toen in 1892 de spoorwegen, in verband met internationale verbindingen, overgingen op de Greenwichtijd. Vanaf dat jaar gebruikte men drie soorten tijd:
1. De Greenwichtijd voor post, telkegraaf en de spoorwegen, benevens een aantal gemeenten. 2. De Amsterdamse tijd, in de hoofdstad en veel andere gemeenten 3. De lokale zonnetijd in sommige steden en dorpen met de trammaatschappij en in die streken.
Naarden spreekt een woordje mee
Naarden koos voor de Greenwichtijd. Vanaf dat moment voerde de gemeenteraad regelmatig een klucht op over de klokketijd. Het begon al in 1893. Majoor Van der Wal en 32 anderen verzochten de gemeenteraad terug te keren tot de Amsterdamse tijd. Uit het verzoek bleek dat de omliggende gemeenten nog steeds vasthielden aan de Amsterdamse tijd. Het verzoek werd met 9 tegen 2 stemmen verworpen. In 1894 was het weer raak. De gemeenteraad ondersteunde het voorstel van het kamerlid Belaerts van Blokland om de middeneuropese tijd in te voeren. Bonter maakten het de heer H.A. Arentsen en 59 anderen in 1899. Ze wilden de klok nog verder achteruitzetten. Hun wens was geen in-, maar terugvoering van de zonnetijd. Volgens Arentsen hadden alle omliggende gemeenten nog steeds zonnetijd. Met 6 tegen 1 werd dit onzinnige idee verworpen. Eindelijk in 1902 nam de gemeenteraad een beslissing met 7 stemmen voor en 2 tegen. De Greenwichtijd werd vervangen door de Amsterdamse. De klokken werden verzet in de nacht van 30 juni op 1 juli. Als één van de redenen voor verandering werd genoemd: 'dat door de tegenwoordige tijdrekening vele militairen te laat komen, ook officieren wensen verandering'. Nu bleef al-leen als smoes een open of dichte brug over. Je zou overigens verwachten, dat militaire verlofgangers baat hadden bij de Greenwichtijd, omdat de spoorwegen die ook gebruikten. De horlogemakers klommen in 1904 in de pen. Zij verzochten de Minister van Binnenlandse Zaken om invoering van een uniforme tijdsbepaling. Zij vroegen en kregen steun van de gemeenteraad.
Tenslotte werd in 1908 een wet aangenomen, die een einde moest maken aan de tijdanarchie. De Amsterdamse tijd werd vanaf 1 mei 1909 voor heel Nederland ingevoerd. Natuurlijk was dat tegen de zin van 'den Nederlandsche bond van vereenigingen van den Handeldrijvenden en Industriële Middenstand'. Deze bond stuurde een rekest tot invoering van de middeneuropese tijd naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De raad om steun gevraagd, nam het rekest voor kennisgeving aan. De bond met de lange naam moest wachten tot 16 mei 1940, toen de Duitse bezetter de verlangde tijd invoerde.
Literatuur: - De eenwording van Nederland. Hans Knippenberg en Ben de Pater, Nijmegen 1988. - Notulen Gemeenteraad Naarden 1893 - 1908, NAN 49 - 52 - 25 Eeuwen tijdmeting, J.A.F. de Rijk, Amsterdam 1988.
9304TYDN.N = VHNO9304.TYD DE OMROEPER, APR. 1993, JAARG. 6, NR. 2
|
This site was last updated 12/08/02