Free Web Hosting by Netfirms
Web Hosting by Netfirms | Free Domain Names by Netfirms

 

12/08/02

 Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.

 

 
Hit Counter
People have
visited my page!

 

MESSENTREKKERIJ 'T GOOI

                             

In de 18e eeuw was 't Gooi een streek waar buitenshuis weinig te beleven viel. Wel waren er in de dorpen enige herbergen waar gezelligheid van mannen onder elkaar vooral uit het drinken van sterke drank bestond. Soms werden er ook dansavonden voor vrijgezellen gegeven, die bekend stonden als 'jongspel'. Bij het jongspel werd de muziek verzorgd een aantal vrouwen. Zij zaten op een verhoging en trommelden en klepperden met een lange sleutel. De avond werd betaald door een groep jongens. Gezamenlijk lapten zij geld bijeen en kochten daarvoor een vat bier. Danslustige meisjes stelden zich op in twee rijen voor de deur van de herberg. Iedere jongen koos een meisje en danste ermee zolang zij hem beviel. Wanneer hij genoeg van haar kreeg, bracht hij haar weer naar buiten en koos een ander. Was het vat bier leeg, dan bleven alleen de grootste liefhebbers over, zij betaal­den hun vertering verder uit eigen zak.(1)

 

Het hoogtepunt binnen ieder dorp was de jaarlijkse kermis. De vroegste van Gooiland was de Bussumer kermis van begin juni. Op maandag 4 juni 1770 was het weer zo ver. Er werd gedanst en stevig gedronken. Ook van elders kwamen kermis­vierders. Uit Naarden kwam de wat oudere soldaat Thomas Delva met zijn kinderen. In de herberg van Marretje, de weduwe van Jan van Soest, besloot hij een biertje te gaan drinken. Daar waren echter ook zes Huizer boeren, die de gezellig­heid buiten hun eigen dorp zochten. In het calvinis­tische Huizen was kermis taboe. Dergelijk zondig vermaak was de Here niet welge­vallig. Het waren dus niet altijd de besten die hun heil en vaak ruzie elders zochten. Ruziemaken was vroeger een soort sport. Vooral het 'bekke­snijden' was populair. Bij een dergelijke uitgelok­te vechtpartij was het 'de kunst' om je tegenstander met een mes een haal over zijn wang te geven. Het slachtoffer liep daarna zijn leven lang met een litteken rond.(2) Mogelijk waren de Huizers ook daarop uit. Ze begonnen Delva lastig te vallen. Eerst wilden ze hem dwingen mee te dansen. De soldaat weigerde dat, waarop één van de Huizers zijn kan bier afpakte en leegdronk. Delva zei spottend: "Drink maar op mijn rekening". Waarop de andere Huizers tegen hun kompaan zeiden: "Rekening of geen rekening, neem maar weg". De herbergier­ster Marretje, bang voor een vechtpartij, probeerde de zaak te sussen en vroeg Delva stil te zijn, omdat hij tegen de overma­cht niet op kon. Daarop gaf één van de Huizers Delva onverwachts van achteren een klap op zijn hoofd. Deze vechtersbaas had een rode vlek op zijn gezicht, mogelijk een overblijfsel van een vroegere vechtpartij. De soldaat was ongewapend, maar plotseling trokken de boeren en hij hun messen en al vechtende verlieten zij de herberg. Het slachtoffer wist weg te vluchten en verstopte zich bij Kees Perk in de nok van het dak. Gezeten op een hanen­balk bleef hij angstig wachten tot de kust veilig was. Nadat de messentrek­kers weggetrokken waren riep de vrouw van Kees Perk hem naar beneden. De vrouw gaf hem brandewijn om zijn wonden te wassen. Thomas was licht gewond, maar voelde zich voldoende hersteld om met zijn kinderen naar de kermis te wandelen. De Huizers hadden zich inmiddels in twee groepen gesplitst, die elders in een huis gingen eten. Eén van de Huizers werd weer naar de herberg gestuurd om twee flessen wijn te halen. Ter hoogte van de Kapel stuitte Delva op de wijnhaler. In de daarop volgende knokpartij wist de soldaat de Huizer eronder te krijgen. Echter op diens geschreeuw schoten zijn kameraden hem te hulp en er volgde een nieuwe steekpartij waarbij het slachtoffer een steek in de borst opliep. Thomas sloeg op de vlucht en verstopte zich in de kelder van Hendrik de Kleermaker. Na een langdurig verblijf durfde hij zijn schuilplaats te verlaten en sloop hij naar Naarden. Aldaar werd hij om negen uur 's avonds onderzocht en verbon­den door de stads-chirurgijn Cornelis Brouwer. De chirurgijn bracht een rapport uit en vermeldde vier snijwonden. Eén op het voorhoofd, één over de neus, één op de zij van de linkerborst en één aan een vinger.

 

Thomas Delva (ook wel Delvaart) was soldaat van de compagnie Invalides die te Naarden in garnizoen lag. De commandant van de vesting Naarden, Kolonel Cornelis van Gheel van Spanbroek, liet Thomas Delva arresteren en opsluiten bij de hoofdwacht. Daar werd hij verhoord en hoewel zijn lezing niet veel verschilde van de opgeroepen getuigen werd hij uit het leger ontslagen.

De schout van Naarden, Cornelis Haack, liet een onderzoek instellen naar de toedracht. De herbergierster Marretje hield zich op de vlakte, ze was waarschijnlijk doodsbang voor wraak van de Huizers. Enkele Bussumse getuigen: Tijmen Schalk, Corn. Jacob Ruyter, Claas Jan Majoor en Hendrik Vut, werden ook ondervraagd. De namen van de messentrekkers kon men achterhalen, ze kwamen er met een geldstraf van af. (3)  Dat laatste was een buitenkansje voor de schout, want die streek altijd een derde van de boetes op.

De zaak kreeg een langdurig vervolg, omdat de stadscommandant de schout het recht betwistte om vonnis te vellen in deze kwestie. Tot in de hoogste instanties werd deze zaak uitge­vochten. (4)

 

Tijdens de Blaricummer kermis uit die periode zal het ook wel tot steekpar­tij­en gekomen zijn. De Blaricummers regelden dat waar­schijnlijk meestal onder elkaar. Mogelijk kneep ook de plaatselijke schout Duurkant een oogje dicht, want hij kon niets aan deze zaken ver­dienen. Als er bloed vloeide kwam de stedehou­der van het Gooi daaraan te pas en dat was de schout van Naarden. Over messentrekkerij tijdens de Blaricummer kermis kwam schout Cornelis Haack en zijn voorgangers niets aan de weet. Soms werd echter zelfs de Blaricummer 'upper ten' bedreigd en dat ging uiteraard niet in de doofpot. Zo reden op 22 december 1718 vier ruiters van Blaricum naar Huizen. Het waren Cornelis Ploos van Amstel, Anthonij Killewig, Claas de Swart en Gerbrand Jansz Hogenbirk. Plotseling trok Hogenbirk zijn mes, zonder dat de anderen enige aanleiding daartoe gegeven hadden. Gerbrand dreigde met 'veele verwoestheijt' hen te snijden. Claas de Swart viel door schrik en 'alteratie' van zijn paard en ook Ploos van Amstel belandde op de grond en sloeg op de vlucht. Gerbrand sprong van zijn paard, zette de vluchteling na en gaf hem in steek in diens 'rok'. Vervol­gens keerde hij zich tot Killewig terwijl hij woest schreeuw­de: "Nu sal het in voor de Duyvel gelden". Verschillende malen stak hij onderwijl toe, maar het slachtoffer wist te ontkomen.

Op 11 januari 1719 stond Gerbrand Jansz Hogenbirk uit Huizen te recht  bij de schout en stedehouder van Naarden, Gerard Ganseb Genaamt Tengnagel. Hogenbirk ontkende alles en tot een strafeis kwam het die dag niet. Vele vellen papier werden later aan deze zaak gewijd. Mogelijk had Hogenbirk machtige vrienden, want over een veroordeling is niets in de 'Criminele Rol' te vinden. 5)            

 

 

            Ghy Heeren, ghy Burgers, vroom en wel gemoet,

            Mijdt der Boeren Feesten, sy zijn selden soo soet,

                         Of 't kost yemant zijn bloet,

                En drinckt met mijn een roemer Wijn:

                         Dat is jou wel soo goet.      

                't Kan verkeeren 

 

         Gerbrand  Adriaansz Bredero 1585 - 1618

 

                 _____________________

 

 

(1) RAH Collectie Perk inv. nr. 1. Historische aantekeningen van Andries         Schoenmaker.

 

(2) Ferdinand Huyk - Jacob van Lennep (hoofdstuk 2)

 

(3) OAN 3054 Criminele Rol Naarden 4 juni t/m 18 september 1770

 

(4) Die van Lage Bussum - J.V.M. Out (hoofdstuk 10)

 

(5) OAN 3043 Criminele Rol Naarden 11 januari 1719 t/m 21 maart 1724

 

Voor afbeeldingen zie 'Die van Lage Bussum':

1) blz. 101: Een gedrukte resolutie op 't vechten uit 8 decem­ber 1764.

2) blz.  59: Een prent van de kapel, aan de achterkant gezien vanaf de hoek Kerkstraat/Nieuwstraat. Een tekening van H. Tavenier uit 1786. (RA Haarlem)

_____________________________________________________________­______________ 

Criminele Rol van het rechtsgebied van Naarden, dat ook omvat­te de dorpen Huizen, Blaricum, Laren, Bussum, Hilversum en 's-Graveland.

 

OAN 3054 Naarden Criminele Rol verdeeld in fiches.

 

OAN 3054 fiche 02.05.1768 - 12.09.1770

 

4 juni 1770     Mijne Heeren,

Ingevolge het bij ons gesolveerde hebben wij niet in .... Ued. te informe­ren van het volgende geval namelijk

Dat op 4 juni 1770 tussen de soldaat in questie, alhier genaamt Thomas Delva (van de compagnie Invalide) welke sig te deze tijd te Lage Bussum, een gehugt onder de juresdictie dezer Stad gelegen, bevond, en ses Huyser boeren eenig verschil is ontstaan, 't welk tot gevolg heeft gehad dat sij te samen handgemeen zijn geraakt, en de messen getrokken hebbende de voorn soldaat in sijn kleeder eenige snijden, als ook eenige ligte quatsuren in sijn hoofd soude gekregen hebben.

De Heer Commandant deser Stad heeft daarop op de gen. soldaat in arrest doen nemen, en na 't passeren van een verklaring, hier nevens gevoegd, contieerde het gepasseerde, ontslagen en vervolgens aan den Heer Cornelis

Haack Stedehouder van den Heer Baliuw  en Gijsbert de .....  overgegeven om tegen de gem. Huyser boeren te procederen.

Den gem. Heer Stedehouder heeft, soo wij geinformeerd zijn, daarop deze zaak met gem. Huyser boeren voor een seecker somme van penningen afgemaakt, en heeft desniettegenstaande aan den Heer Commandant bij missive te kennen gegeven, dat hij sig dese Zaak als behorende tot de regtbu.t.. (rechtsge­bied?) en Bevoto Crimineels in sig hebben, sig niet konde aantrekken maar ..... onverlaat aan Heer Burgem. en Schepenen dezer Stad.

De Heer Commandant heeft sig daarop aan ons geadresseert, en niet alles de verklaring van de voorn. soldaat Thomas Delva maar ook de missive van de Heer Stedehouder copielijk doen overgen., met en beneffens de missive copielijk hier nevens gaande.

Wij hebben hierop alle de ..... die wij maar enigsints hebben kunnen ontdekken, dat van het voorn. geval eenige kennis hadden, voor ons doen compareren, en sijn door de selve geinformeerd, dat de gem. boeren op de voorn. Bussummer Kermis in de herberg van de wed. Jan van Soest aan het danssen sijnde de voorn. Thomas Delva hadde begeerd meede te danssen; dat hij sulks niet hebbende willen toestaan, en hij egter bij sijn voornemen en begeert pesisteerende daer over quastie is gereesen, welke tot gevolg heeft gehad, dat de soldaat een klap soude gekreegen hebben, en dat dan op soo wel de soldaat als de boeren hunne messen hebben uijtgehaald en eijdelijk de voorn. soldaat de deur van de herberg hebben uijtgedreeven; dat na het voorn. geval de voorn. ses Huyser boeren zig in twee partijen hebben gesepareerd, en drie aan drie zijn gaan eeten ten huijse van differente persoonen te Bussum. Dat de eene partij uijt het huijs daer sij sig om te eeten bevonden, een van hun drieen heeft afgesonden om twee vlessen wijn uijt de herberg te haalen. Dat de voorn. soldaat Thomas Delva die persoon ontmoet is, en na het schijnt denkend nu beter courage te hebben, om sig te revengeeren tegen een als ligter ses, die persoon heeft geattaqueerd in soo verre dat hij hem onder de voet gekreegen heeft; dog op het geroep door deselve gemaakt de twee andere boeren, als geschiedende de attaque, nabij het huijs daer sij sig bevonden toeschietende hebben deselve hunne makker ontset.

Dat daar aldus bij ons bevonden sijnde, hebben wij dese saak als behoorende tot onse coquistie, ingevolge de ordre costuum alhier bij ons en onse voorvaderen ge-obseveerd, na dat wij de Huyser boeren voor ons hadden doen compareren afgedaan, en deselve boeren met een geldboete gemaleteerd en dan voorn. door onse secretaris en de Heer Commandant deser Stad kennisse doen geeven, niets anders verwagtende als dat dan daer meede dese saak ge-eijndigt soude sijn.

Dog tot onse groote verwondering (bij aldien wij wel geinformeerd zijn, heeft welgen. Commandant goedgevonden sig van voorn. geval kennisse te geven en sijn Hoogheijd, is klagte gedaen, dat dese Zaak , nu volgens het voorn. van de soldaat voorkomt swaer te zijn, hoewel sig in effecte niet anders is als hierboven gemeld staat. Soo ligtelijk was afgedaan, welke klagten schijnen gesteld te zijn in handen van de Ed. Mog. Heren van den Hoove; immers wij hebben op den 12 september 1770 van de Hoog Mog. ontfan­gen eene missive lopende hier nevensgevoegd waer wij in antwoord hebben geres... leerd (?) als bij copie meede hier nevens is blijkende.

En hoewel wij verwagt hadden dat deze Zaak hier meede afgedaan soude sijn, soo hebben wij in tegendeel intfangen een tweede missieve en Welge. Hoog Mog. gedateert 28 september 1770, waervan insgelijks copie hier nevens, bij welke ons geordeneert werd voldoend bewijs, dat wij bevoegde souden zijn sodanige saeken als het voorgevallene met de voorn. soldaat en Huyser boeren op den 4 juni 1770 de plan en sonder figuur van vonnis af te doen.   

---------------------------------------------------------------------------

 

20 juni 1770

Informatie gedaen op ordre van den Colonel en commandant deses Stad Coen. van Gheel van Spanbroek ten overstaan van de ondergetek. officieren van de Compagnie Invalides alhier in Ganisoen aen den persoon van Thomas Delva soldaat onder de gemelde Compagnie, tans arrestant in de Hoofdwagt.

 

Segt op maandag den 4 deeser geweest te sijn tot Bussum in het huys van Marretje van Soest, dat aldaer waaren geweest verscheijdene Huyser boeren, hem alle onbekent. Dat eene der gemelde boeren hem arrestant had afgenoomen sijn kan met bier zonder daer ... van hem permissie bekoomen te hebben. Dat hij arrestant daerop aen gemelde boer had gesegt Drink maer op mijn Rekening, waerop de andere hadde gesegt voor rekening, of voor geen rekening, neem maer weg, dag dat den boer die hem zijn kan had weggenoomen, hem deselve na daer uijt gedronken te hebben, had weeder gegeven. Dat daerop alles weederom in rust was geraekt, dog dat een niet daerna sonder dat daer eenige woorden waren voorgevallen hij arrestant een slag van agteren heeft ontfangen, soo hij meent van een der voorschreeve Huyser boeren, en wel van eene die geteekent is met een rode vlak in het aenge­sigt. Dat daerop omsiende sag dat verscheijden van gemelde boeren het bloote mes in haer hande hadden waer meede sij ook op dat ogenblik hem attakeerden en alsoo hij sijn seijdgeweer net bij hem had, dat hij genood­saakt was geweest een mesje dat in sijn sak had tot sijn defensie te gebruijken, met oogmerk om een passagie te maaken, om te kunnen ontvlugten. Dat hij ook daer in soo verre had geresserert(?), dat de vlugt had kunnen neemen in een huys daer neevens, booven in de haanebalen. Dat hij daer bevond rechts in sijn aengesigt gekwets te sijn.

Dat de vrouw van Kees Perk, bewoonster van dat huys hem hadde afgeroepen en hem gesegt dat de boeren die hem hadden mishandelt al weg waren en aen hem  verder ook had gegeeven brandewijn om sijn wonden af te waschen. Dat hij daerna is gegaan door het Dorp wandelen met sijn kinderen aen de hand en komende bij de Cappel aldaer andermael door het selve volk weederom met messen is geattakeert en na weederom genoodsaekt sijnde geweest noodweer te doen eijndelijk sig heeft gesauveert in de kelder van Hendrik de Kleermaak­er vindende daer sig weederom opnieuw gewont met een steek in de borst en nadat hij eenige tijd in gemelde kelder sig verborgenm had gehouden, heeft hij het dorp verlaten en is na Naarden gegaan.

Eijndigende hij arrestant hier meede sijn verhael en het selve hem van woort tot woort sijnde voorgeleesen, verklaarde hij sulks alles de suyvere waerheijd te sijn resteerende des gerequereerd het selve met soleminele Eede te bevestigen

Aldus gedaen binnen Naerden, den 6 juni 1770

(was geteekent Joh. de Haen, P. Bakker

---------------------------------------------------------------------------

 

23 juni 1770

Aen den Agtb. geregte des Stad Naarden, dient tot informatie.

Dat ondergeschreven Corn. Brouwer Mr. Chirurgijn te Naarden op den 4 juni

s'avonds te Neegen uren heb verbonden den persoon van Thomas Delva soldaat in de Compagnie Invalide garnisoen houdende te Naarden. Met vier ligten wonden, als een [op] voorz voorhooft, en over de neus, een op[ seij van de linkerborst, en een aan een vinger, sijnde alle dese wonden gesneden even door de huijt, dus in 't minst niet gevaarlijk.

actum Naarden den 23 juni 1770 Corn. Brouwer Mr. Chirurgijn

--------------------------------------------------------------------------

 

25 juni 1770

Marretje Soest verklaard dat ten hare huyse tussen Tomas Delva en eenige Huyser boeren questie is ontstaan. Dat sij der gem. Tomas Delva heeft geraden om stil te sijn wijl sij hem sijde dat hij tegen de gemeld boer niet ...... houden. Dat hij egter voortgaande met spreken, hij Tomas Delva daarop een klap van een der Huyser boeren heeft gekreegen. Dat hoij Tomas Delva daarop sijn mes heeft getrokken en dat gemelde boer ook daarop sijn mes getrokken hebben en saam de deur sijn uytgeraakt.

 

Tijmen Schalk heeft gesien dat hij te bovengem,elde tijde de gem. Huyser boeren met messen na de voorn Thomas Delva gesneeden hebben.

--------------------------------------------------------------------

 

Vergadering 26 juni 1770

Cornelis Jacob Ruyter gecompareerd sijnde, verklaard niet over het selve geval quistie te hebben  .....

verklaarde dat eenige Huyser boeren sijn vles wijn genomen en daar uyt gedronken hebben en .... dan zijn wel 3 vlessen wijn gegr... hebben en verder .....

 

Claas Jan Majoor verklarende dat een van de Huyser boeren hem Thomas Delva een klap heeft gegeven en vervolgens alle te zamen op hem aangevallen sijn.

 

Hendrik Vut alhier woonagtig verklaard van Ep Lambert gehoord te hebben dat sijn soon Lambert een van de personen is geweest die bij 't gen. geval is geweest, en dat deselven Ep  Lambert van sijn soon geld en schulden betaalt heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

---------------------------------------------------------------------

12.09.1770  Zes Huizer boeren ... tegen zeekere invalide Delva of Delvaat (vervolg op de mishandeling van Delva)

 

(begraafboek ge­reformeerde kerk, begraven personen met de naam Delva: Heijntje 03.11.1811, kind van Thomas 12.05.1764, kind van Thomas 22.01.22)

__________________________________________________________________________

 

ORA 3054 fiche 12.09.1770 - 27.09.1782

 

18.09.1770 Zes Huizer boeren (Delva mishandeling)

 

04.06.1771 Mishandeling Delva op de Bussummer Kermis van 4 juni 1770

__________________________________________________________________________­

ANDRIES SCHOENMAKER

 

Oorspronkelijk handgeschreven manuscript dat de Hollandse dorpen en stadjes beschrijft en afbeeldt. Het manuscript, twee dikke boekdelen, berust in de Kon. Bibl. te Den Haag, afd. bijzondere collecties nrs. 78C54-55 met titel:  Korte beschrijving van de steden, dorpen, herenhuysen etc. van Westfries­land, Kennermerland, Waterland en Amstelland, benevens het meeste gedeelte der selver afbeeldinge, of als het tegenwoordig is, meest zelf na 't leven getekend en bijeen gebragt door Andries Schoenmaker.

 

Deze Andries Schoenmaker was een bemiddeld lakenkoopman.

[In het tijdschrift van  Oud Muiderberg van voorjaar 1999 staat een stukje uit het manuscript van Andries Schoenmaker. Schoen­maker heeft omstreeks 1730 ook een tekening van Naarden en  Bussum  gemaakt. Hij heeft ook geschreven over 'het jongspel' dat vroeger in Bussum werd gehouden. Mogelijk heeft hij nog meer geschreven over gebrui­ken in het Gooi en/of Naarden in het bijzonder.]

 

R.A.H. Collectie Perk inv. nr. 1

Historische aantekeningen, anekdoten ... Gooiland en omstreken betreffende.

 

Omstreeks 1700 werden te Bussum nog jongspel gehouden, dit werd vooraf bekend gemaakt, de meisjes die genegen waren een vrolijke avond te hebben, gingen in twee rijen bij de deur staan, die binnen gingen namen een meisje uit de rij en dansten er mede, beviel den vrijer het meisje, dan bleef hij die avond met haar, anders bragt hij haar weder in de rij. De speellieden zijn gewoonlijk 3 á 4 vrouwspersonen, die op een daartoe gemaakte verheven plaats zitten, haar speeltuig is een langen sleutel waarmede zij aardig weten om te gaan, ieder blijft dan zoo lang als het bestemde vaatje bier duurt. "Dan leeg, dan wordt er afgeklopt dat het gelag uit is, die dan blijven willen, betalen hin eigen gelag en blijven zoo lang zij willen. Zelden eindigt deze vreugd zonder questie".

(zie O en L zaken fol. 88)  Andries Schoenmaker.

 

Woordenboek der Nederlandsche Taal:

JONGSPEL: In Holland en Utrecht - voorheen - de naam voor eene vroolijke bijeenkomst, met muziek en dans, van jonge mensen van beiderlei geslacht, t.w. met kermis in de herberg; bij gelegenheid van groenmaakpartijen (met groen versieren), of bruiloften enz...                                

___________________________________________________________________________

 

Ferdinand Huyck  - Jacob van Lennep - Tweede hoofdstuk

Waarin men lezen zal, wat in en voor de herberg te Soest voorviel

 

'maar phas op', voegde hij er fluisterend bij, 'dat je een mhes vraagt, bij je hontbijt en je niet bedient van 't ghenige dat dhaar sthaat'.

'Hoe!' zeide ik met enige verbzaing; - maar, toen ik met de ogen de blik van de raadgever volgde, vielen zij op een mes, hetwelk mijn overbuurman, van wiens ongundtig uitzicht zo even gewag maakte, kort te voren met de punt midden in de tafel had gestoken. te gelijker tijd herinnerde ik mij, meermalen gehoord te hebben, hoe sommige liefhebbers van het edele

bekkesnijden, bijzonder in Eem- en Gooiland, gewoon waren hun messen in herbergen en kroegen op een zichtbare plaats op te hangen, of in de tafel te steken, en de onkundige of onvoorzichtige vreemdeling, die er zich van bedienen wilde, of er slecht even naar keek, tot een gevecht te dagen.     

___________________________________________________________________________

 

Die van Lage Bussum - J.V.M. Out

Hoofdstuk 10: LEVEN IN DE BROUWERIJ

Festiviteiten en hun gevolgen

De gestadige gang van zaken in het kleine dorp werd soms onderbroken door gebeurtenissen, waarbij het hele dorp te loop liep.

Een vast terugkerend gebeuren was de jaarlijkse kermis, vol volkse verma­ken, waarbij de herbergjes goed bezet zullen zijn geweest.

Dat dit alles niet altijd in alle rust verliep, leren ons de notulen van de vergadering van de Naarder vroedschap van 18 september 1770. De heren hadden een brief ontvangen van de president en raden van het gewest, waarin geïnformeerd werd naar hetgeen er op de kermis in Bussum dat jaar was voorgevallen. Op 4 juni was er in de herberg van Marietje van Soest een meningsverschil ontstaan tussen 6 Huizer boeren en een zekere Invalide (soldaat uit het korps Invaliden), die Delva of Delvaart heette. Dit meningsverschil ontaardde al spoedig in een vechtpartij, waarin men niet schroomde elkaar met messen te lijf te gaan. Gelukkig raakte niemand daarbij ernstig gewond, maar de heren van het gewest wilden wel even weten welke maatregelen de stad genomen had.(144) Aangezien de vroedschap al in 1642 (herhaald in 1764) een resolutie had uitgevaardigd, waarbij de herbergiers in de juresdictie verplicht werden om van elke vechtpartij binnen 24 uur melding te doen zal de Naarder stadsdienaar ongetwijfeld reeds op onderzoek uitge­stuurd zijn en zal deze zaak wel op de gebruikelij­ke manier afgehan­deld zijn.

(144)  GAN, C IV 3,  blz. 161

Die van Lage Bussum. Op blz. 101 staat een kopie uit het Stads­arch. Naarden van: Een gedrukte resolutie op 't vechten.  

 

___________________________________________________________________________

 

Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechtelijke organisatie in de Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling - door J.PH. Monté Verloren  en J.E. Spruit

blz. 250

Ook tegen de bestaande rechtelijke organisatie rezen bezwaren, met name tegen het beginsel, dat officieren van justitie van de opbrengsten van hun ambt moesten leven. Schouten, baljuwen, drosten of hoe zij anders mogen heten, hadden financieel belang bij de rechtspraak, omdat hun inkomsten onder meer besonden uit een aandeel in de opgelegde boeten en uit de rengsten van schikkingen getroffen ter voorkoming van een strafvervol­ging.(136) Fockema Andrae zegt over deze compositiebevoegdheid: 'Een zwak punt was het ... dat de officieren van justitie veelal van de incidentele baten van hun ambt moesten leven en dus bij al dan niet voorbrengen van zaken, gelijk mede bij de uitspraak, groot financieel belang hadden. Ook waar de grenzen van het destijds betamelijk geachte niet werden overschre­den, viel het soms moeilijk de schijn van ongeoorloofde rechtsbinding te vermijden; en het stelsel moest een zekere mate van corruptie ook bij de lagere opsporingsambtenaren in de hand werken.(137)

 

_________________________________________________________________________

Gerbrand  Adriaansz Bredero 1585 - 1618

 

BOEREN-GESELSCHAP

 

Arent Pieter Gysen, met Mieuwes, Jaap en Leen,

En Klaasjen, en Kloentjen, die trocken t'samen heen

            Na 't Dorp van Vinkeveen:

      Wangt ouwe Frangs, die gaf sen Gangs, (5)

            Die worden ereen.

 

Arent Pieter Gysen die was so reynt int bruyn, (6)

Sen hoedt met bloem-fluwiel die sat hem vry wat kuyn, (7)

            Wat scheefjes en wat schuyn,

      Soo datse bloot, ter nauwer noot

            Stong hallif op sen kruyn.

 

enz

 

30

Aelwerige Arent, die trok het ierste mes

Tuege Piete Kranck-hooft en korselige Kes,

            Maer Brangt van Kaallenes,

      Die nam een greep, hij kreegh een keep,

            Mit noch een boer vuf ses.

 

35

De Meuysjes die liepen, en lieten dat geschil,

Kannen noch kandelaers, noch niets stonger stil:

            Maer Kloens die stack, en hil

      Soo dapper uyt, dat een Veen-puyt

            Daer doot ter aerden vil.

 

40

Symen nam de rooster, de beusem, en de tang

En wurpse Ebbert, en Krelis vuer de wang:

            Het goetjen ging sen gangh,

      Het zy deur 't glas, of waer 't dan was:

            Mijn blijven was niet lang.

 

45

Ghy Heeren, ghy Burgers, vroom en wel gemoet,

Mijdt der Boeren Feesten, sy zijn selden soo soet,

            Of 't kost yemant zijn bloet,

      En drinckt met mijn een roiemer Wijn:

            Dat is jou wel soo goet.

50

't Kan verkeeren 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(5) Bij het gansrijden werd een levende gans opgehangen; de langsrijdende boeren moesten trachten haar kok af te trekken.

 

(6) soo reynt int bruyn: netjes op z'n stads gekleed.

 

(7) kuyn: luchtig

 

 

   BUDEL770.JUN             21.11.1999

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

 

 

 

   
   

Photo Album

Communities & Forums

Look at my new online photo album filled with pictures from my vacations, sporting events, and my family.
bulletMSN People & Chat

This site was last updated 12/08/02