EVACUATIE VERSLAG BUSSUMMER COURANT
Donderdag, 16 Mei 1940
EVACUATIE - LIEF EN LEED.
NAARDEN
In de vesting ziet alles er weer als normaal uit, de burgerij is weergekeerd,
en het leven gaat zijn gewonen gang. Gisteravond is een gedeelte van de
Motorartilerie, dat bij het afkondigen van de mobilisatie vertrokken was, in
de Weeshuiskazerne weergekeerd.
Het was Dinsdagmiddag een hele consternatie, toen de Vestingbewoners
plotseling geëvacueerd moesten worden, en met pak en zak vertrekken om in de
buitenwijken van Naarden onderkomen te zoeken. Tusschen vier en zes uur trok
een tragische stoet over de Beatrixbrug, sjouwende menschen, kinderen,
bepakte fietsen, enkele wagens en auto's, maar in de buitenwijken stonden de
huizen gastvrij open en iedere vond een plaats. Verlaten van burgers, doch
geheel bezet met Nederlandsche militairen, bleef het oude Naarden achter, en
men vreesde voor het lot van de Vesting,
Doch slechts enkele uren na het evacuatiebevel kwam het bericht, dat
Nederland de wapens had neergelegd, en een zucht van verlichting ontsnapte
vele Vestingbewoners, die nu alle hoop mochten koesteren, have en goed weer
ongeschonden terug te zien.
En inderdaad is dit het geval geweest. Wel gingen dienzelfden avond nog
wilde geruchten omtrent het afbranden van huizen, doch bij informatie bleek,
dat militairen slechts enkele schuurtjes aan de buitenkant der vesting
vernietigd hadden, om beter uitzicht te hebben.
Woensdagmorgen keerde de geheele bevolking dankbaar naar huis terug en
vonden, na korte afwezigheid, alles keurig terug. De winkels werden weer
geopend, het leven hernam zijn gewonen gang. Weldra stonden de ramen weer
open en speelden de kinderen langs de straat. Men "buurtte" nog een beetje,
vertelde elkaar zijn wedervaren, maar daarmee was alles voorbij.
EVACUATIE VERSLAG
BUSSUMMER COURANT
Donderdag, 16 Mei 1940
EVACUATIE - LIEF EN LEED.
NAARDEN
In de vesting ziet alles
er weer als normaal uit, de burgerij is weergekeerd, en het leven gaat zijn
gewonen gang. Gisteravond is een gedeelte van de Motorartilerie, dat bij het
afkondigen van de mobilisatie vertrokken was, in de Weeshuiskazerne
weergekeerd.
Het was Dinsdagmiddag een
hele consternatie, toen de Vestingbewoners plotseling geëvacueerd moesten
worden, en met pak en zak vertrekken om in de buitenwijken van Naarden
onderkomen te zoeken. Tusschen vier en zes uur trok een tragische stoet over
de Beatrixbrug, sjouwende menschen, kinderen, bepakte fietsen, enkele wagens
en auto's, maar in de buitenwijken stonden de huizen gastvrij open en iedere
vond een plaats. Verlaten van burgers, doch geheel bezet met Nederlandsche
militairen, bleef het oude Naarden achter, en men vreesde voor het lot van
de Vesting,
Doch slechts enkele uren
na het evacuatiebevel kwam het bericht, dat Nederland de wapens had
neergelegd, en een zucht van verlichting ontsnapte vele Vestingbewoners, die
nu alle hoop mochten koesteren, have en goed weer ongeschonden terug te zien.
En inderdaad is dit het
geval geweest. Wel gingen dienzelfden avond nog wilde geruchten omtrent het
afbranden van huizen, doch bij informatie bleek, dat militairen slechts
enkele schuurtjes aan de buitenkant der vesting vernietigd hadden, om beter
uitzicht te hebben.
Woensdagmorgen keerde de
geheele bevolking dankbaar naar huis terug en vonden, na korte afwezigheid,
alles keurig terug. De winkels werden weer geopend, het leven hernam zijn
gewonen gang. Weldra stonden de ramen weer open en speelden de kinderen
langs de straat. Men "buurtte" nog een beetje, vertelde elkaar zijn
wedervaren, maar daarmee was alles voorbij.
Donderdag, 23 Mei 1940.
IS NAARDEN NU VESTING OF IS ZIJ HET NIET
?
Het gebeurde op den
laatsten oorlogsdag stemt tot nadenken........
Wie echter mocht
denken dat de Vesting als verdedigingswerk volkomen heeft afgedaan, is de
laatsten tijd wel tot andere gedachten gebracht. Onder de dwang der
omstandigheden is men er toe overgegaan overal mitraillieernesten op de
wallen aan te brengen en helaas heeft al die graverij geen goed gedaan aan
het architectonisch schoon der wallen. Maar bepaald een ontgoocheling was
't, toen op dien gedenkwaardigen Dinsdag 14 Mei j.l. plotseling de stad
ontruimd moest worden. De geheele bevolking werd naar de buitenwijken
geevacueerd, het gemeentebestuur sloot het raadhuis en zocht eveneens zijn
heil elders in de gemeente en toen de burgers de Vesting verlaten hadden,
liet de commandant de bruggen ophalen. De Vesting was gereed om den
naderende vijand te ontvangen .........
Gelukkig voor de
buitenwijken kwam het zoover niet. Enkele uren later legde het Nederlandsche
leger de wapens neer, de vestingbruggen werden omlaag gelaten en de bewoners
van het stadje konden hun huizen weer betrekken. Maar wat zou er gebeurd
zijn als de strijd had voortgeduurd en de commandant had aan zijn voornemen,
om de vesting met hand en tand te verdedigen, gevolg gegeven ?
DE
EVACUATIE VAN DE VESTING
NAARDEN IN MEI 1940
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wisselden de meest afschuwelijke
gebeurtenissen elkaar af. Daarom raakten minder dramatische zaken en ook
voorvallen met een goede afloop snel in het vergeetboek. Dit verhaal gaat
over de evacuatie van de Vesting. Achteraf leek dit op een tragikomische
operette. Niemand zette tot dusver duidelijk het hoe en waarom van de
evacuatie uiteen. Hierdoor ontstonden schampere verhalen, legenden en
allerlei misverstanden.
Het is algemeen bekend dat de Nederlandse legerleiding tot de jaren veertig
geloofde dat de Hollandse Waterlinie een waterdicht verdedigingsfront was.
Deze visie was minder belachelijk dan vaak wordt voorgesteld. Zelfs de
geallieerde overmacht moest aan het eind van de oorlog een half jaar
werkloos achter de Nederlandse rivieren blijven.
De Waterlinie liep van de IJsselmeerkust bij Naarden tot aan Rotterdam. Het
noodlot van de vesting Naarden was dat zij niet achter, maar voor het
geinundeerde gebied lag. Verder vormde de verouderde Vesting juist een
zwakke plek in het verdedigingssysteem. Voor de Duitsers zou ze als
uitvalsbasis kunnen dienen.
Het evacuatiedraaiboek
In 1939 had de overheid evacuatieplannen gemaakt. Ze waren bedoeld voor de
bewoners in en rondom het geinundeerde gebied. Deze mensen moesten in geval
van oorlog in veiligheid worden gebracht in de 'Vesting Holland'. (het
gebied achter de Waterlinie). Er werden dikke draaiboeken gemaakt om deze
operatie zo vlot mogelijk te kunnen uitvoeren.
Na de oorlog werd de evacuatie geevalueerd. De overheid gaf toen een lijvig
rapport uit met de titel 'Evacuaties in Nederland 1939-1940'. Over de
werkelijke toedracht van de evacuatie van de Vestingbewoners werd in het
rapport niet gerept. Wel vermeldde men hoe de evacuatie, volgens het
vooroorlogse plan, had moeten verlopen.
Aanvankelijk wilde men de meeste inwoners van de gemeenten Naarden, Bussum
en Huizen evacueren. In tegenstelling tot Muiderberg, dat midden in het
geinundeerde gebied lag, zou dit niet direct bij het begin van de oorlog
gebeuren. Men dacht 30 treinen nodig te hebben om ongeveer 29.000 Naarders
en Bussummers naar Schagen en Heerhugowaard te brengen.
Deze plannen werden in een later stadium gewijzigd en in een nieuw draaiboek
uitgewerkt. De commandant van de brigade C (groep Naarden - Vesting Holland)
drong toen aan op een algemene evacuatie van alle wijken. In de
oorspronkelijke plannen dacht men namelijk een dichtbevolkte arbeiderswijk
in Bussum niet te evacueren. De wijk zou in 'veilig gebied' liggen. Na het
bijstellen van de plannen kwam men in de knoei met het aantal opvangplaatsen
in de zogenaamde vluchtoorden. Als oplossing koos men ervoor de gemeente
Huizen met zijn 6900 inwoners niet te laten vertrekken. Volgens een eerder
plan zouden de Huizers per boot over het IJsselmeer via Volendam naar
Waterland worden gebracht.
Pas op 4 mei kwam de commandant van het 'Oostfront van de Waterlinie' er
achter dat Naarden niet 8500 maar 9500 inwoners had. Drie dagen later had
men dit nieuwe gegeven reeds opgenomen in het vervoer- en evacuatieschema.
Uit Naarden zouden 8900 personen worden afgevoerd. De rest van de inwoners,
600 personen, bleven achter om allerlei diensten draaiende te houden. Via
station Naarden-Bussum zouden 9 treinen naar Bloemendaal (3), Overveen (1),
Aardenhout (1), Vogelenzang (1), Hoorn (2) en Blokker (1) vertrekken. In
Bloemendaal zouden 6000, in Hoorn 1900 en in Blokker 1000 Naarders worden
ondergebracht.
Aan het einde van 1939 was het leger begonnen om weilanden in de omgeving
van Naarden onderr water te zetten. In de 'Buitendijken' tussen Naarden en
Muiderberg werd IJsselmeerwater ingelaten. De weilanden kwamen 'dras' te
staan. In het Merwedekanaal werd het water opgezet tot 0,20 m boven NAP. Zo
was de toestand van 10 tot 12 mei 1940. Voor die tijd had men reeds het vee
uit Muiderberg afgevoerd naar plekken achter de Waterlinie. Het vee van de
Gooise boeren was begin mei, zoals ieder jaar, naar de Meenten gebracht waar
- ook tijdens alle oorlogsdagen - de koeien gemolken werden.
Belevenissen van een zevenjarig jongetje
Als zevenjarig jongetje beleefde ik deze
meidagen intens. In mijn herinnering is mij het volgende bijgebleven.
Vesting Naarden, tien mei 1940. Het is een dag met prachtig weer. We spelen
op het erf van de boerderij. Veel buurjongens zijn komen opdagen met hun
zelfgemaakte karren. Onze club heeft nog nooit zoveel karren bijelkaar gehad.
Oude kinderwagenonderstellen met twee plankjes erop getimmerd. Bij de luxe
exemplaren kun je zelfs de voorwielen sturen met een stuk touw. We spelen na
wat om ons heen gebeurt. Naarden is een garnizoensplaatsje waar regelmatig
militaire voertuigen rijden. Op ons maakt dit grote indruk. We apen de
soldaten na, vormen een transport en rijden achter elkaar. Dan komt ma naar
buiten: "Jongens allemaal naar huis!" Het spel is afgelopen.
Thuis worden de ruiten in de achterkamer beplakt met bruine stroken plakband.
Dat is tegen vallende glassplinters bij explosies. Het zijn voorzorgen op
advies van de Luchtbeschermingsdienst. Voor ons raam met de kleine
sponningen is dat 'overbodige luxe'. De radio staat voortdurend aan. Steeds
hoor je een monotone stem: "Luchtwachtdienst, luchtwachtdienst ...
parachutisten boven Haarlem ... luchtwachtdienst ..."
Het is Pinksteren en de zon schijnt door het raam naar binnen. we liggen op
de grond in de kamer. Buiten klinkt vliegtuiggeronk. Ik meen zelfs een
luchtgevecht gezien te hebben.
Tweede Pinksterdag, 13 mei. Grote paniek, we moeten weg, de boerderij
verlaten, Naarden verlaten! Mannen van de Luchtbeschermingsdienst gaan de
huizen langs. Ze bevelen iedereen zo snel mogelijk het hoognodige mee te
nemen en het huis te verlaten. Wij laden van alles en nog wat op de
motorbakfiets van mijn vader. Deze is normaal in gebruik bij het melkventen,
maar dient nu als vluchtvoertuig. Bovenop liggen beddegoed en slopen met
inhoud. Op dit alles troon ik.
Mijn vader zet alle flessen melk, pap en yoghurt buiten op 't erf. "Dat is
voor de Nederlandse soldaten", zegt hij. Een probleem vormen de huisdieren.
De honden en katten redden zich wel, maar de geiten en konijnen? Onze geit
wordt in de hooischuur losgelaten met een teil water om te drinken. Hooi is
er genoeg. Er komen nog meer geiten bij. Alle overige dieren worden
losgelaten. Veel mensen brengen hun konijnen naar de wallen, er zullen er
niet veel van terugkomen. Het vee, koeien en paarden, loopt op de Meent.
Als alles geregeld is, meldt iedereen zich bij het blokhoofd van zijn straat.
Wij verlaten onze boerderij en sluiten ons aan bij de stoet vluchtelingen.
Via de Sint Annastraat gaat het richting de Westwal. Bij de opgang naar de
kippenbrug ligt een gevulde sloop of dichtgeknoopt laken. Het is een hele
baal, ernaast staat huilend 'juffrouw' Colijn. We rijden naar 'de Doorbraak'.
Mijn oudere zussen lopen naast onze wagen met hun fietsen aan de hand. een
waakt angstvallig over het 'cententasje' aan haar stuur. Het is gevuld met 'wisselgeld',
een kluit van hoofdzakelijk rooie centen. We verlaten de Vesting over de
nieuwe Doorbraak. Ik herinner me nog de opening en aanleg. Als ik opkijk
naar de wallen, zie ik daarop soldaten liggen met geweren. Voor mij zijn het
goede bekenden en het grote voorbeeld. Vaak hing ik rond bij de Promers en
maakte een praatje met ze als ze uit de ramen hingen. Verschillenden ervan,
vooral het keukenpersoneel, kende ik persoonlijk. Samen met mijn vader reed
ik vaak via de hoofdpoort naar de keuken van de Promerskazerne. Mijn vader
leverde daar melk en pap. Nog kort tevoren rende ik naar huis om sigaren te
halen voor een paar van deze soldaten. Mijn vader gaf ze prompt. Nu liggen
deze soldaten op de wallen en kijken de wegtrekkende burgers na. Mijn wereld
stort ineen. Ik huil en vraag of we nooit meer terugkomen. De
vestingbewoners zijn vluchtelingen geworden.
Ver zijn we niet gekomen, maar voor mij was dat wel het geval. In de 'buitenwijken'
van Naarden worden de mensen ondergebracht (geconcentreerd rond het 'afvoerspoorwegstation'
Naarden-Bussum) Ons gezin vindt onderdak bij aardige mensen in de Van der
Helstlaan. De dochter des huizes is bij de U.V.V. (Unie van Vrouwelijke
Vrijwilligsters) 's Avonds slapen we in een heel groot bed in een mooie
grote slaapkamer. Achter het huis is een terras en een vijvertje. Mijn
oudste broer is in de wolken en wil er wel blijven wonen. Ik vraag me steeds
af of we ooit weer teruggaan. Toch is het wel een avontuur. Het is 's avonds
druk op straat, of beter gezegd 'in de laan'. Bij het verkennen van de buurt
komen we bekenden tegen en samen bezichtigen we de omliggende lanen. Het is
voor mij de eerste keer dat ik hier kom. De grote rechthoekige vijvers
tussen de villa's blijven later in mijn gedachten verbonden met deze dagen.
Mijn vader gaat in de namiddag en 's morgens melken op de Meent. Sommige
mensen zijn alweer terug in de Vesting, anderen hebben de Vesting niet
verlaten.
Het Nederlandse leger heeft gecapituleerd. Ook wij gaan naar huis. Thuis
blijkt van de voorraad melkproducten slechts een flesje room te ontbreken.
Later op de dag wordt dit betaald door een 'juffrouw', die eerder
thuisgekomen was dan wij. Een vroege vorm van zelfbediening. Vooral een
tijdsbeeld waarin nog geen sprake was van normvervaging. Gewoon repect voor
mijn en dijn. De 'Nieuwe Orde' die volgde, maakte ook daar een eind aan.
VHNO9410.EVC DE OMROEPER, OKTOBER 1994, JRG.7, NR. 4 [PAG. 121/126]