Free Web Hosting by Netfirms
Web Hosting by Netfirms | Free Domain Names by Netfirms

 

12/03/03

Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.

 

 
Hit Counter
People have
visited my page!

Erfgooiers

Erfgooiers en het Gooi

Het Gooi werd in de vroege middeleeuwen Naerdincklant of Nardingerland genoemd en de bevolking Nardingerlanders. Nadat de naam ‘t Gooi ontstond, noemde men de inwoners Lantgooiers en tenslotte Erfgooiers. Sinds 968 was de streek in het bezit van de Abdis van Elten, die ook het bestuurde. Een adellijke dame die zo ver weg woonde van haar bezit, dat had voordelen voor de bewoners. Zij sloten zich al vroeg aaneen in een soort ‘marke’, die het gemeenschappelijk gebruik van graslanden en woeste gronden regelde.
Waarschijnlijk wisten ze niet beter of ze waren niet alleen de gebruikers, maar ook de eigenaren van de grond. Wanneer een groep boeren besloot een stuk hei te ontginnen tot akkergrond, dan moest men echter een soort belasting betalen. Deze zogenaamde koptiende werd ook daarna ieder jaar door de eigenaren van ieder perceel afgedragen aan Elten.

Eeuwenlang veranderde er weinig aan het bestuur en de gebruiken. De afwezigheid van een krachtig bestuur had ook zijn nadelen. Rondom het gebied dreigden edelen het bestuur over te nemen. De Abdis besloot daarom niet de grond, maar het bestuur van Naerdincklant over te dragen. Tegen een kleine vergoeding voegde Graaf Floris V in 1280 de streek bij het Graafschap Holland. Zelfs daarna waren er nog adellijke kapers op de kust, zoals Van Aemstel. Zij noemden de graaf smalend ‘der Keerlen God’ oftewel ‘de God van de boeren’. De bevolking was de graaf welgezind en vond deze kreet een erenaam. Zij bewezen dit tijdens de ontvoering van Floris door zijn ondergeschikte edelen. De Nardinglanders poogden de graaf te redden, maar hij werd lafhartig in 1296 vermoord. Onder invloed van de Vaderlandse Geschiedenis ontstond later de legende van een Floris die de erfgooiers het Gooi had geschonken. In 1326 wisten de Nardinglanders wel beter, na ontvangst van een brief van graaf Willem III. De Hollandse graaf verbood daarin zijn goede lieden van Gooiland om te vergaderen zonder zijn toestemming. Hem was ter ore gekomen dat door de “ghemeene lande” aangestelde raadslieden een volksvergadering bij elkaar riepen.

Gemeenschappelijk gebruik.
Het ontstaan van het gemeenschappelijk gebruik van heiden en weiden van het Gooi is onbekend. Vanaf 1404 werd het geregeld in de zogenaamde schaarbrieven en bosbrieven. In de schaarbrieven stond omschreven hoeveel vee een gerechtigde mocht scharen. Een schaar is letterlijk een stuk weiland van bepaalde grootte, zo veel als nodig is om een koe te voeden. In uitgebreider betekenis kwam het neer op de hoeveelheid koeien die een boer mocht laten grazen op de gemeenschappelijke weide, de Meent genaamd. In de opvolgende schaarbrieven werden de rechten van de “gemeene lantgoyers” steeds verder uitgewerkt, maar ook het uitsluiten van niet-gerechtigden. Het instituut Stad en Lande doet zijn intrede, het begrip Erfgooier komt pas in 1702 op schrift voor. In die tijd waren er al scharende (veehoudende) en niet-scharende leden. Huizer vissers zullen alleen gebruik hebben gemaakt van het maken van eiken takkenbossen voor het roken van vis. Hout sprokkelen en turf steken zal door iedereen zijn gedaan, dat was het enige voordeel dat de wevers en armlastigen hadden.
De scharende erfgooiers, de boeren, hadden het meeste voordeel van de gemeenschappelijke rechten. Ook zij konden niet alleen leven van de veehouderij, de meesten hadden een gemengd bedrijf. Het vee diende in hoofdzaak voor de levering van mest voor de zanderige akkers. In de winter stonden de koeien in een potstal op een steeds hoger wordend mestpakket. Ieder dag strooide de boer stro en heideplagen onder de koeien. In het voorjaar bepaalde de hoeveelheid mest de oppervlakte van vruchtbare akkers op de zogenaamde Eng. Aangezien op de hoge gronden sloten ontbraken, werden tussen de Meent en de Eng zogenaamde koedijken aangelegd. Het waren muurtjes die bestonden uit opgestapelde plaggen. Na de komst van het prikkeldraad zijn hieruit houtwallen ontstaan. Veldkeien gaven de onderlinge grenzen van de lange smalle akkers aan. Het kwam voor dat deze keien stiekem werden verplaatst en de dader een lange ploegvoor erbij stal.

 

ERFGOOIERS & NAZI-PERS

 

Deutsche Zeitung in den Niederlanden     März 1943  

Das  uralte Recht der ‚Erfgooiers’

 Die Eingesessenen kämpfen hartnäckig um ihre Ansprüche .

      Als  ,Het Gooi’  im Jahre 1874 durch den  Bau  einer Eisenbahn erschlossen  wurde, entwickelte es sich in atemberabenden  Tempo  zu einem Erholungszentrum der Amsterdamer, wodurch die bäuerliche Bevölkering stark in den Hintergrund gedrängt wurde. Heute  spielt diese im Gooi  scheinbar nur noch eine  bescheidene Rolle, und doch hat sich hier ein uralter Brauch erhalten können, der selbst in  neuerer  Zeit nochmals  gesetzlich geregelt  worden ist; das Recht der ,Erfgooiers’. Es ist darüber viel geschrieben und geredet  worden, wobei  sich der streittbare Charakter des Gooilanders  erneut zeigte, der im Mittelalter als  Kämpfer einen ähnlichen Ruf hatte wie etwa  der Kosak im kaiserlichen  Russland !   Um die Bezeihnung ,Erfgooier’  zu verdeutlichen, bedarf es eines kurzen Rückückblicks auf die Geschichte und Entwickelung dieses Landstrichs.

     ,Het Gooi’ hiess vor tausent Jahren ‚Nardinclant’ und gehörte zum Besitz des Klosters von Elten, das es 1280 zum Besitz dem Grafen von Holland in Erbpacht überliess. Damals war das Land noch wild und wüst und wenig bevölkert. Es bestand eigentlich nur aus einer Gemeinde, eben aus Nardinclant, die sich dan allmählich  in mehere Dorfer spaltete. Es entstanden Laren, Huizen, Blaricum, Hilversum und Bussum, die aber alle an dem alten Brauch von Nardinclant festhielten, die umliegende Weiden und Wälder als gemeinsamen Besitz betrachteten und als solchen nutzten: ‚de gemeene heiden en weiden’, zusammenfassend ‚de meent’ geheissen.    

     In den Niederlanden nennt der Bauer sein Haus und Land kurz ‚erf’, weil er ja beides meist von den Vorvaren erbte. Jeder Gooibewohner, der nun ein ‚Erf’ sein eigen nannte, hatte das Recht,  ,de Meent’  zu benutzen und auch das Holz in den  Wäldern zu schlagen, die ‚plaggen’ in der Heide zu stechen. Dies Recht nannte man  ‚schaarrecht’, und die Familien der Eingesessenen,  die es beanspruchen konnten,  taten dies auf Grund eins ‚schaarbrief’. Verliessen sie Het Gooi so wurde es ein ‚schlafendes’ Recht, das wieder in Kraft trat, sobald  sie  sich erneut im Gooi niederliessen. Diese Familien nun waren die ‚Erfgooiers’. Niemand machte ihnen ihr Recht streitig, solange die  Gooigemeinden von eingesessenen Bugermeistern verwaltet wurden, die meist selber zu den Erfgooiern gehörten. Ende des 19 Jahrhunderts aber  wurde das anders. Die Gemeinden begannen,  sich als Herren und Besitzer der Wälder und Weiden der Erfgooier zu fühlen und veräuserten diese, wenn es ihnen gut dünkte, ohne die Erfgooier zu fragen. Diese dachten jedoch nicht daran sich so ohne weiteres in diese ‚neumodischen Auffasungen’  zu fügen und es begann sich ein Kampf zu entwickelen, der überall in den Niederlanden mit grossem Interesse verfolgt wurde.  Er liess nichts an Heftigkeit zu wünschen übrig, wenn er auch vornehmlich mit der Feder  und dem Wort geführt wurde . Einmal jedoch  musste  selbst die bewaffnete Macht antreten, um die  erhitzten  Gemüter  zur Ordnung zu rufen. Es gab eine Schiezerei  und ein Toter war zu beklagen ....  Aber die Gooiländer zeigten eben, was sie als Kämpfer wert waren und so konnte es nicht anders sein:  sie blieben Sieger!  Dies hatten sie vor allem ihrem unermüdlichen  Anführer zu danken, einem angesehenen Utrechtsche Bürger, Floris Voss, der die Sache der Erfgooier zu seiner eigenen machte, die ‚Nieuwe Partij gründetete und die Verwaltung  von‚ Stad en Lande’, die vereinigten Gooigemeinden , heftig bekämpfte. Er entstammte einer alten Huizer Familie und hatte sich wieder im  Gooi niedergelassen, wodurch sein Recht als Erfgooier, das lange ‚schlafend’ gewesen war, erneunt in Kraft trat.  Floris Voss kämpfte hartnäckig und zäh wie ein echter Gooiländer, wobei er manchmal heftig mit der hohen Obrigkeit zusammenprallte, ohne seine Sache je verloren zu geben.  Er erreichte es, dass die Erfgooiers wieder als Besitzer der Meent anerkannt wurden und ihr Recht gesetzlich bestätigt wurde durch das  sogenannte ‚Erfgooiers Gesetz’ vom Jahre 1912. Heute bilden die Erfgooiers eine  besondere Genossenschaft, die  im ‚Gemeenlandshuis’ tagt. Einem stattlichen Gebäude in der Nähe der Crailooschen Brücke, unweit Hilversum, das der berühmte Architekt De Bazel den Erfgooiern baute. Dort werden auch die alten Dokumenten aufbewahrt, aus denen einwandfrei hervorgeht, dass die rechte der Erfgooier schon verbrieft waren, ehe dieser Landstrich überhaupt ‚Het Gooi’ hiess! Man erfährt aus diesen vergilbten Schriftstucken, dass Gooiland eine Zeitlang dem  Koning von Preussen gehörte, als dieser das Kloster von Eltern und alle dazugehörende Landereien  im 18 Jahrhundert übergenommen hatte. Das Erbpachtrecht war von der Grafen von Holland längst an die ‚Staten’ von Niederland übergegangen und von diesen an die königlichen Domänen, die sich  mit den Erfgooiern Mitte des 19 Jahrhunderts gütlich auseinandersetzten und ihnen ihr Recht liessen.

     Die Besitzer des Landes ‚Het Gooi’ heben also häufig genug gewechselt, die bewohner aber dieselben geblieben. Die erfgooiers werden wohl, wie es in Schriftstücken heisst,  ‚ten eeuwigen daghe’  Besitzer der Meent bleiben und ihre Kühe dort weiden, hartnäckig an altem Recht festhaltend.  So finden  sich heute am Rande jener wohlgepfegte Villenkolonien , den ausgedehntesten der Niederlande, hart neben den prächtigen ‚laanen und plantsoenen’, die onübersehbaren Weideplätze der ‚Meent’ , bevölkert von Hunderten und aber Hunderten von Kühen.

                                                                                     M.P. 

 Hier de Nederlandse vertaling van bovenstaan artikel

Het oeroude Recht van der ‚Erfgooiers’.

 

De inwoners  vochten hardnekkig om hun aanspraken

 

     Als, Het Gooi’ in het jaar 1874 door de bouw van een spoorlijn (1) ontsloten werd, ontwikkelde  het zich in adembenemend tempo  tot een ontspanningscentrum  (2) , waardoor de boerenbevolking sterk  naar de achtergrond werd gedrongen.  Tegenwoordig speelt deze in het Gooi schijnbaar nog slechts een bescheiden rol, en toch heeft zich hier een oeroud gebruik kunnen handhaven, dat zelfs in de nieuwere tijd nog wettelijk geregeld is: het recht van de ‚Erfgooiers’. (3) Er is daarover veel geschreven en gesproken,  waarbij  het strijdbare karakter van de Gooilanders zich opnieuw toonde, die in de middeleeuwen als strijders een  vergelijkbare roep hadden als de Kozakken in het keizerlijke Rusland! (4)  Om de betekenis ‚Erfgooiers’ te verduidelijken , is nodig een korte terugblik op de geschiedenis en ontwikkeling van deze landstreek.   

     ‚Het Gooi’ heette voor duizend jaren  ‚Nardinclant’ en behoorde tot het bezit van het Klooster van Elten (5) , dat het in 1280 in erfpacht overliet aan de Graven van Holland (6)    Toendertijd was dat land nog wild en woest en dun bevolkt. Het bestond eigenlijk slechts uit een gemeenschap,  dus uit Nardinclant, dat zich langzamerhand in meerdere dorpen splitste.  Zo ontstonden Laren, Huizen, Blaricum en Bussum (7) , die echter allen aan het oude gebruik van Nardinclant vasthielden,  daarbij de omliggende weiden en bossen als gemeenschappelijk bezit beschouwden en ook als zodanig benutten: ‚de gemeene heiden en weiden’, samengevat ‚de Meent’ geheten.

 

     In Nederland noemt de boer zijn huis en land kortweg ,erf’,  omdat hij beiden meestendeels van de voorvaderen erfde.  Iedere Gooibewoner , die nu een ,erf’ zijn eigendom noemde, had het recht ,de Meent’ te benutten en ook  het hout in de bossen te kappen,  en ,plaggen’  (8) te steken op de heide. Dit recht noemde men ,schaarrecht’ (9)  Verlieten zij Het Gooi, dan werd het een ‚slapend recht’ , dat weer in kracht trad, zodra zij zich opnieuw in het Gooi   vestigden . Deze families nu waren de ,Erfgooiers’. Niemand  bestreed  hun  recht, zolang de Gooise gemeenten door inheemse burgemeesters  bestuurd werden, die meestal zelf tot de Erfgooiers behooorden. Einde van de 19e eeuw echter werd dit anders. De gemeenten  begonnen zich als heersers en bezitters  van de bossen en weiden te voelen en vervreemden deze naar het hun goed dunkte, zonder  de erfgooiers te raadplegen.  Deze dachten er echter niet aan zich zo zonder meer naar deze , nieuwe moderne  opvattingen’  te voegen, en er begon zich een  strijd te ontwikkelen, die overal in Nederland met grote interesse werd gevolgd. Er bleef niets aan  heftigheid te wensen over, hoewel  die  toch voornamelijk met de pen en het woord gevoerd werd.  Eenmaal echter moest zelfs de gewapende macht ingrijpen, om de verhitte gemoedeen tot de orde te roepen.  Het kwam tot een schietpartij, en een dode was te betreuren....  (10)  Echter de Gooilanders toonden  bepaald, wat zij als strijders waard waren en konden niet anders zijn: zij bleven overwinnaars!  Dit hadden zij vooral aan hun onvermoeibare aanvoerder te danken, een aanzienlijke Utrechtse burger, Floris Vos, die de zaak van de Erfgooiers tot zijn eigen maakte, de ‚Nieuwe Partij’ (11)  oprichtte en het beheer van  ,Stad en Lande’, de verenigde Gooise gemeenten (12)  hevig bestreed.  Hij stamde af van een oude Huizer familie en had zich weer in het Gooi gevestigd, waardoor zijn recht  als erfgooier, dat lang ,slapend’ geweest was, opnieuw in kracht trad. Floris Vos streed hartnekkig en als een echte Gooilander  waarbij hij menigmaal  heftig met de hogere overheid  in botsing kwam, zonder zijn zaak ooit  op te geven.  Hij bereikte het, dat de Erfgooiers weer als bezitters van de Meent erkend werden en hun recht wettelijk geregeld werd door de zogenaamde ‚Erfgooierswet’ van 1912. (13)  Tegenwoordig  vormen de Erfgooiers een bijzonder genootschap, dat in het ‚Gemeenlandshuis’  zitting houdt, een imposant gebouw in de buurt van de  Crailose Brug,  dichtbij Hilversum , dat de beroemde architekt  De Bazel voor de Erfgooiers bouwde. Daar worden ook de oude documenten bewaard, waaruit  onomstotelijk  blijkt dat de rechten van de Erfgooiers al  beschreven  waren, eer deze landstreek überhaupt  ,Het Gooi’ heette! Men  onderkent   uit deze vergeelde geschriften, dat Gooiland een tijdlang van de koning van Pruisen hoorde, toen deze het klooster van Elten  en alle daarbij behorende landerijen in de 18e eeuw overgenomen had. Het erfpachtrecht was van de Graven van Holland  al lang te voren overgegaan aan de ‚Staten’ van Nederland en van deze naar de koninklijke domeinen, die zich met de Erfgooiers in het midden van de 19e eeuw  goed konden vinden  en hun recht liet behouden.

 

     De bezitters van Gooiland  wisselde dus vaak genoeg, de bewoners  echter zijn dezelfde gebleven.   De Erfgooiers zullen wel, zoals het in oude schriftelijke akten heet, ,ten eeuwige daghe’ bezitters van de Meent blijven en hun koeien daar weiden, hardnekkig aan  het oude recht vasthoudend. Zo bevinden zich tegenwoordig aan de rand van welverzorgde villaparken, de uitgestreksten van Nederland, vlak naast de prachtige ,lanen en plantsoenen’, de onoverzienbare  weidepercelen van de ‚Meent’, bevolkt van honderden en nog eens honderden koeien.                       

 

 

 

                                       ---------------------------------

 

 

 

 

F.J.J. de Gooijer heeft bewust  de tekst zo letterlijk mogelijk vertaald. De zinnen lopen daarom soms niet goed.    

Voor verdere  informatie  zie  http://gooijer.netfirms.com    met o.a.  een bibliografie 

met  boeken over Gooiland en de Erfgooiers.

 

1.  Aansluiting op de Oosterspoorlijn Amersfoort  - Amsterdam

 

2. Forenzengemeenten Hilversum en Bussum. Vakantiedorp en schildersdorp  Laren  en in mindere mate  ook  Blaricum.

 

3. De naam Erfgooier duikt voor het eerst op in een akte van 1706. Voorheen sprak men van ,gemeene landgooiers’. (gemeen = gewoon)

 

4. Overgenomen van de kroniekschrijver Lambertus  Hortensius  ca. 1500 – 1574

 

5.  Het  Sint Vitusklooster voor adellijke dames gelegen op de Elterberg.

 

6. Abdis Godelinde droeg het Gooi over aan Graaf Floris V

 

7. Het hoofdstadje was Naarden, waarbij ook het gehucht  Bussum tot ca. 1815 behoorde.  

 

8. Het Gooi bestaat voor een groot deel uit de zanderige stuwwal van de voorhistorische gletsjers. De  landbouw akkers moesten vruchtbaar gemaakt worden met de koe- en schapenmest uit de potstallen. In plaats van stro werden heide plaggen voor de ligging van het vee gebruikt.

 

9. Een schaar was een bepaald maximum  aantal koeien, dat per boer geweid mocht worden. 

 

10.  De  uit Laren afkomstige  erfgooier  Smit werd door een soldaat doodgeschoten toen hij  probeerde een gat in een koedijk (omheining)  te graven 

 

11.  De Nieuwe Partij  werd genoemd:  “Hoofdbestuur van de Gerechtigden tot de gemeene Heiden en weiden van Gooiland”

 

12. De Oude Partij: “Vergadering van Stad en Lande van Gooiland”

 

13.  Bij de Erfgooierswet van 1912 werd gesticht:  “De Vereniging van Stad en Lande van Gooiland”  Deze Vereniging is opgeheven in 1979.

 

 

 

 

 

 





 

 

 

 

 

 

 

 

 

Favorite Links

Weather

bulletSearch with MSN
bulletTravel with Expedia
bulletRead the latest news with MSNBC

Redmond, WA - Sunny

High: 85 , Low: 70 degrees

Photo Album

Communities & Forums

Look at my new online photo album filled with pictures from my vacations, sporting events, and my family.
bulletMSN People & Chat

Home

This site was last updated 12/03/03