|
|
|
![]() |
||
12/03/03 |
|
|
Erfgooiers en het Gooi ERFGOOIERS & NAZI-PERSDeutsche Zeitung in den Niederlanden März 1943Das uralte Recht der ‚Erfgooiers’Die Eingesessenen kämpfen hartnäckig um ihre Ansprüche . Als ,Het Gooi’ im Jahre 1874 durch den Bau einer Eisenbahn erschlossen wurde, entwickelte es sich in atemberabenden Tempo zu einem Erholungszentrum der Amsterdamer, wodurch die bäuerliche Bevölkering stark in den Hintergrund gedrängt wurde. Heute spielt diese im Gooi scheinbar nur noch eine bescheidene Rolle, und doch hat sich hier ein uralter Brauch erhalten können, der selbst in neuerer Zeit nochmals gesetzlich geregelt worden ist; das Recht der ,Erfgooiers’. Es ist darüber viel geschrieben und geredet worden, wobei sich der streittbare Charakter des Gooilanders erneut zeigte, der im Mittelalter als Kämpfer einen ähnlichen Ruf hatte wie etwa der Kosak im kaiserlichen Russland ! Um die Bezeihnung ,Erfgooier’ zu verdeutlichen, bedarf es eines kurzen Rückückblicks auf die Geschichte und Entwickelung dieses Landstrichs. ,Het Gooi’ hiess vor tausent Jahren ‚Nardinclant’ und gehörte zum Besitz des Klosters von Elten, das es 1280 zum Besitz dem Grafen von Holland in Erbpacht überliess. Damals war das Land noch wild und wüst und wenig bevölkert. Es bestand eigentlich nur aus einer Gemeinde, eben aus Nardinclant, die sich dan allmählich in mehere Dorfer spaltete. Es entstanden Laren, Huizen, Blaricum, Hilversum und Bussum, die aber alle an dem alten Brauch von Nardinclant festhielten, die umliegende Weiden und Wälder als gemeinsamen Besitz betrachteten und als solchen nutzten: ‚de gemeene heiden en weiden’, zusammenfassend ‚de meent’ geheissen. In den Niederlanden nennt der Bauer sein Haus und Land kurz ‚erf’, weil er ja beides meist von den Vorvaren erbte. Jeder Gooibewohner, der nun ein ‚Erf’ sein eigen nannte, hatte das Recht, ,de Meent’ zu benutzen und auch das Holz in den Wäldern zu schlagen, die ‚plaggen’ in der Heide zu stechen. Dies Recht nannte man ‚schaarrecht’, und die Familien der Eingesessenen, die es beanspruchen konnten, taten dies auf Grund eins ‚schaarbrief’. Verliessen sie Het Gooi so wurde es ein ‚schlafendes’ Recht, das wieder in Kraft trat, sobald sie sich erneut im Gooi niederliessen. Diese Familien nun waren die ‚Erfgooiers’. Niemand machte ihnen ihr Recht streitig, solange die Gooigemeinden von eingesessenen Bugermeistern verwaltet wurden, die meist selber zu den Erfgooiern gehörten. Ende des 19 Jahrhunderts aber wurde das anders. Die Gemeinden begannen, sich als Herren und Besitzer der Wälder und Weiden der Erfgooier zu fühlen und veräuserten diese, wenn es ihnen gut dünkte, ohne die Erfgooier zu fragen. Diese dachten jedoch nicht daran sich so ohne weiteres in diese ‚neumodischen Auffasungen’ zu fügen und es begann sich ein Kampf zu entwickelen, der überall in den Niederlanden mit grossem Interesse verfolgt wurde. Er liess nichts an Heftigkeit zu wünschen übrig, wenn er auch vornehmlich mit der Feder und dem Wort geführt wurde . Einmal jedoch musste selbst die bewaffnete Macht antreten, um die erhitzten Gemüter zur Ordnung zu rufen. Es gab eine Schiezerei und ein Toter war zu beklagen .... Aber die Gooiländer zeigten eben, was sie als Kämpfer wert waren und so konnte es nicht anders sein: sie blieben Sieger! Dies hatten sie vor allem ihrem unermüdlichen Anführer zu danken, einem angesehenen Utrechtsche Bürger, Floris Voss, der die Sache der Erfgooier zu seiner eigenen machte, die ‚Nieuwe Partij gründetete und die Verwaltung von‚ Stad en Lande’, die vereinigten Gooigemeinden , heftig bekämpfte. Er entstammte einer alten Huizer Familie und hatte sich wieder im Gooi niedergelassen, wodurch sein Recht als Erfgooier, das lange ‚schlafend’ gewesen war, erneunt in Kraft trat. Floris Voss kämpfte hartnäckig und zäh wie ein echter Gooiländer, wobei er manchmal heftig mit der hohen Obrigkeit zusammenprallte, ohne seine Sache je verloren zu geben. Er erreichte es, dass die Erfgooiers wieder als Besitzer der Meent anerkannt wurden und ihr Recht gesetzlich bestätigt wurde durch das sogenannte ‚Erfgooiers Gesetz’ vom Jahre 1912. Heute bilden die Erfgooiers eine besondere Genossenschaft, die im ‚Gemeenlandshuis’ tagt. Einem stattlichen Gebäude in der Nähe der Crailooschen Brücke, unweit Hilversum, das der berühmte Architekt De Bazel den Erfgooiern baute. Dort werden auch die alten Dokumenten aufbewahrt, aus denen einwandfrei hervorgeht, dass die rechte der Erfgooier schon verbrieft waren, ehe dieser Landstrich überhaupt ‚Het Gooi’ hiess! Man erfährt aus diesen vergilbten Schriftstucken, dass Gooiland eine Zeitlang dem Koning von Preussen gehörte, als dieser das Kloster von Eltern und alle dazugehörende Landereien im 18 Jahrhundert übergenommen hatte. Das Erbpachtrecht war von der Grafen von Holland längst an die ‚Staten’ von Niederland übergegangen und von diesen an die königlichen Domänen, die sich mit den Erfgooiern Mitte des 19 Jahrhunderts gütlich auseinandersetzten und ihnen ihr Recht liessen. Die Besitzer des Landes ‚Het Gooi’ heben also häufig genug gewechselt, die bewohner aber dieselben geblieben. Die erfgooiers werden wohl, wie es in Schriftstücken heisst, ‚ten eeuwigen daghe’ Besitzer der Meent bleiben und ihre Kühe dort weiden, hartnäckig an altem Recht festhaltend. So finden sich heute am Rande jener wohlgepfegte Villenkolonien , den ausgedehntesten der Niederlande, hart neben den prächtigen ‚laanen und plantsoenen’, die onübersehbaren Weideplätze der ‚Meent’ , bevölkert von Hunderten und aber Hunderten von Kühen. M.P. Hier de Nederlandse vertaling van bovenstaan artikel Het oeroude Recht van der ‚Erfgooiers’.
De inwoners vochten hardnekkig om hun aanspraken
Als, Het Gooi’ in het jaar 1874 door de bouw van een spoorlijn (1) ontsloten werd, ontwikkelde het zich in adembenemend tempo tot een ontspanningscentrum (2) , waardoor de boerenbevolking sterk naar de achtergrond werd gedrongen. Tegenwoordig speelt deze in het Gooi schijnbaar nog slechts een bescheiden rol, en toch heeft zich hier een oeroud gebruik kunnen handhaven, dat zelfs in de nieuwere tijd nog wettelijk geregeld is: het recht van de ‚Erfgooiers’. (3) Er is daarover veel geschreven en gesproken, waarbij het strijdbare karakter van de Gooilanders zich opnieuw toonde, die in de middeleeuwen als strijders een vergelijkbare roep hadden als de Kozakken in het keizerlijke Rusland! (4) Om de betekenis ‚Erfgooiers’ te verduidelijken , is nodig een korte terugblik op de geschiedenis en ontwikkeling van deze landstreek. ‚Het Gooi’ heette voor duizend jaren ‚Nardinclant’ en behoorde tot het bezit van het Klooster van Elten (5) , dat het in 1280 in erfpacht overliet aan de Graven van Holland (6) Toendertijd was dat land nog wild en woest en dun bevolkt. Het bestond eigenlijk slechts uit een gemeenschap, dus uit Nardinclant, dat zich langzamerhand in meerdere dorpen splitste. Zo ontstonden Laren, Huizen, Blaricum en Bussum (7) , die echter allen aan het oude gebruik van Nardinclant vasthielden, daarbij de omliggende weiden en bossen als gemeenschappelijk bezit beschouwden en ook als zodanig benutten: ‚de gemeene heiden en weiden’, samengevat ‚de Meent’ geheten.
In Nederland noemt de boer zijn huis en land kortweg ,erf’, omdat hij beiden meestendeels van de voorvaderen erfde. Iedere Gooibewoner , die nu een ,erf’ zijn eigendom noemde, had het recht ,de Meent’ te benutten en ook het hout in de bossen te kappen, en ,plaggen’ (8) te steken op de heide. Dit recht noemde men ,schaarrecht’ (9) Verlieten zij Het Gooi, dan werd het een ‚slapend recht’ , dat weer in kracht trad, zodra zij zich opnieuw in het Gooi vestigden . Deze families nu waren de ,Erfgooiers’. Niemand bestreed hun recht, zolang de Gooise gemeenten door inheemse burgemeesters bestuurd werden, die meestal zelf tot de Erfgooiers behooorden. Einde van de 19e eeuw echter werd dit anders. De gemeenten begonnen zich als heersers en bezitters van de bossen en weiden te voelen en vervreemden deze naar het hun goed dunkte, zonder de erfgooiers te raadplegen. Deze dachten er echter niet aan zich zo zonder meer naar deze , nieuwe moderne opvattingen’ te voegen, en er begon zich een strijd te ontwikkelen, die overal in Nederland met grote interesse werd gevolgd. Er bleef niets aan heftigheid te wensen over, hoewel die toch voornamelijk met de pen en het woord gevoerd werd. Eenmaal echter moest zelfs de gewapende macht ingrijpen, om de verhitte gemoedeen tot de orde te roepen. Het kwam tot een schietpartij, en een dode was te betreuren.... (10) Echter de Gooilanders toonden bepaald, wat zij als strijders waard waren en konden niet anders zijn: zij bleven overwinnaars! Dit hadden zij vooral aan hun onvermoeibare aanvoerder te danken, een aanzienlijke Utrechtse burger, Floris Vos, die de zaak van de Erfgooiers tot zijn eigen maakte, de ‚Nieuwe Partij’ (11) oprichtte en het beheer van ,Stad en Lande’, de verenigde Gooise gemeenten (12) hevig bestreed. Hij stamde af van een oude Huizer familie en had zich weer in het Gooi gevestigd, waardoor zijn recht als erfgooier, dat lang ,slapend’ geweest was, opnieuw in kracht trad. Floris Vos streed hartnekkig en als een echte Gooilander waarbij hij menigmaal heftig met de hogere overheid in botsing kwam, zonder zijn zaak ooit op te geven. Hij bereikte het, dat de Erfgooiers weer als bezitters van de Meent erkend werden en hun recht wettelijk geregeld werd door de zogenaamde ‚Erfgooierswet’ van 1912. (13) Tegenwoordig vormen de Erfgooiers een bijzonder genootschap, dat in het ‚Gemeenlandshuis’ zitting houdt, een imposant gebouw in de buurt van de Crailose Brug, dichtbij Hilversum , dat de beroemde architekt De Bazel voor de Erfgooiers bouwde. Daar worden ook de oude documenten bewaard, waaruit onomstotelijk blijkt dat de rechten van de Erfgooiers al beschreven waren, eer deze landstreek überhaupt ,Het Gooi’ heette! Men onderkent uit deze vergeelde geschriften, dat Gooiland een tijdlang van de koning van Pruisen hoorde, toen deze het klooster van Elten en alle daarbij behorende landerijen in de 18e eeuw overgenomen had. Het erfpachtrecht was van de Graven van Holland al lang te voren overgegaan aan de ‚Staten’ van Nederland en van deze naar de koninklijke domeinen, die zich met de Erfgooiers in het midden van de 19e eeuw goed konden vinden en hun recht liet behouden.
De bezitters van Gooiland wisselde dus vaak genoeg, de bewoners echter zijn dezelfde gebleven. De Erfgooiers zullen wel, zoals het in oude schriftelijke akten heet, ,ten eeuwige daghe’ bezitters van de Meent blijven en hun koeien daar weiden, hardnekkig aan het oude recht vasthoudend. Zo bevinden zich tegenwoordig aan de rand van welverzorgde villaparken, de uitgestreksten van Nederland, vlak naast de prachtige ,lanen en plantsoenen’, de onoverzienbare weidepercelen van de ‚Meent’, bevolkt van honderden en nog eens honderden koeien.
---------------------------------
F.J.J. de Gooijer heeft bewust de tekst zo letterlijk mogelijk vertaald. De zinnen lopen daarom soms niet goed. Voor verdere informatie zie http://gooijer.netfirms.com met o.a. een bibliografie met boeken over Gooiland en de Erfgooiers.
1. Aansluiting op de Oosterspoorlijn Amersfoort - Amsterdam
2. Forenzengemeenten Hilversum en Bussum. Vakantiedorp en schildersdorp Laren en in mindere mate ook Blaricum.
3. De naam Erfgooier duikt voor het eerst op in een akte van 1706. Voorheen sprak men van ,gemeene landgooiers’. (gemeen = gewoon)
4. Overgenomen van de kroniekschrijver Lambertus Hortensius ca. 1500 – 1574
5. Het Sint Vitusklooster voor adellijke dames gelegen op de Elterberg.
6. Abdis Godelinde droeg het Gooi over aan Graaf Floris V
7. Het hoofdstadje was Naarden, waarbij ook het gehucht Bussum tot ca. 1815 behoorde.
8. Het Gooi bestaat voor een groot deel uit de zanderige stuwwal van de voorhistorische gletsjers. De landbouw akkers moesten vruchtbaar gemaakt worden met de koe- en schapenmest uit de potstallen. In plaats van stro werden heide plaggen voor de ligging van het vee gebruikt.
9. Een schaar was een bepaald maximum aantal koeien, dat per boer geweid mocht worden.
10. De uit Laren afkomstige erfgooier Smit werd door een soldaat doodgeschoten toen hij probeerde een gat in een koedijk (omheining) te graven
11. De Nieuwe Partij werd genoemd: “Hoofdbestuur van de Gerechtigden tot de gemeene Heiden en weiden van Gooiland”
12. De Oude Partij: “Vergadering van Stad en Lande van Gooiland”
13. Bij de Erfgooierswet van 1912 werd gesticht: “De Vereniging van Stad en Lande van Gooiland” Deze Vereniging is opgeheven in 1979.
|
This site was last updated 12/03/03