

















|

People have
visited my page! |
|
|
DRIE LANDKAARTEN VAN 'T GOOI
Opdracht tot kartering van 't Gooi uit het
begin van de 18e eeuw
Ter gelegenheid van de overdracht van het archief Stad en Lande (1), op 10
september 1993, werd in het Stadsarchief van Naarden een kleine expositie
gehouden. Tentoongesteld werden onder andere twee 18e-eeuwse landkaarten van
het Gooi. Van de eerste, daterend uit 1709 (2), was alleen een zwart-wit
foto op kleine schaal te zien. De tweede was echter de oorspronkelijke kaart
uit 1723 (3). Bij aanschaf van de verzamelband voor de tijdschriftenserie
'Ach Lieve Tijd' werd er een verkleinde reproduktie van verstrekt.
Aan beide kaarten ging een geschiedenis vooraf. De eerste werd vervaardigd
in opdracht van de Gooise stads- en dorpsbestuurders. Deze lokale
bestuurders werden daartoe gedwongen door de gewestelijke overheid (4). De
Staten van Holland wilden meer duidelijkheid verkrijgen over de
gebruiksrechten van de meenten en heidevelden in het Gooi. De aanstichter
tot deze stap was de Amsterdammer Francois Hinlopen. Deze invloedrijke
eigenaar van Oud-Bussum voerde een proces tegen 'Stad en Lande' over deze
rechten. De Gooise bestuurders namen aanvankelijk in april 1709 contact op
met de landmeter Maurits Walraven. Om onduidelijke redenen zag men van hem
af en koos men voor landmeter Justus van Broekhuysen.
Landmeters aan het werk
Niet alleen de autoriteiten volgden de kartering van het Gooi op de voet.
Ook de bekende Huizer Lambert Rijksz Lustigh legde deze werkzaamheden vast.
Volgens Lustigh verrichtte Van Broekhuysen het veldwerk van mei tot en met
augustus. De Hilversumse landmeter Feye Klaasz Boelhouwer assisteerde bij
het opmeten. Boelhouwer was tevens buurmeester van Hilversum; hij werd
mogelijk toegevoegd om zijn kennis van de omgeving of om een oogje in het
zeil te houden. Dat laatste blijkt uit een vermanende brief van Lustigh aan
Boelhouwer:
"Eerw. vrient, dat dient oock om UE te vermanen om dogh sorge te dragen, dat
gij beneffens Justus Broeckhuysen die plaatsen van de duynen, waranden,
wildernissen, Goijersbosch etc. niet ruymer meet en beschrijft als behoort,
want dat soude in het toekomende een swaart kunnen sijn om ons selver
daarmede den hals aff te snijden en geheel Goylant dat selver doen treuren
en in benautheijt brengen". (5)
Na de metingen tekende Van Broekhuysen minitieus de 'Caarte van Goyland'.
Eind november 1709 ontvingen de Staten van Holland de kaart (6).
Waarschijnlijk had Van Broekhuysen hoofdzakelijk de erfgooiersgronden
opgemeten. Het doel was namelijk om de ligging en grootte van deze terreinen
aan te geven.
Daarna zal hij bestaande detailkaarten in zijn kaart hebben ingepast. Het
zou anders onmogelijk zijn geweest in zo'n korte tijd met primitieve
middelen deze omvangrijke klus te klaren.
De correspondentie van de Staten van Holland ten behoeve van de opdracht
bleef bewaard. Hierin werd met het volgende zinnetje verwezen naar het
gebruik van reeds bestaande detailkaarten: 'Caerten uijt het boek van
Kennermerlant (die) raecken 't Goylant, die eenigh gebruyk connen zijn
ontrent de Miente'. (7)
De genoemde kaarten waren: 'Naerdermeer', 'De Limytscheydinge tusschen 't
Goylant en 't Stight', 't Havervelt' en nog enkele van andere delen van 't
Gooi. Verder bestonden er detailkaarten van de vesting Naarden en directe
omgeving, 's-Graveland, de Muidertrekvaart en verschillende landgoederen.
De hoofdopdracht was echter om 'de Gemeentens (meenten) van Gooiland' op te
meten en te tekenen. De dorpen, de Naardermeer, landgoederen en zelfs de
Gooise grenzen zullen bijzaak zijn geweest. Al deze objecten dienden slechts
als omlijsting van de erfgooiersgronden.
Uitvoering van de 'Caarte van Goyland'
Dit was de eerste keer, dat het gehele Gooi op redelijke schaal in kaart
werd gebracht. Ook werd de uitvoering verfraaid, zodat deze (naar gewoonte)
als wandversiering kon dienen. Kennelijk was dit de reden om 't Gooi 90
graden te draaien, waardoor de oostgrens boven kwam te liggen. Eeuwen
tevoren was deze grens vastgelegd middels de Leeuwenpaal, die duidelijk werd
ingetekend. De kerktoren van Naarden had gediend als meetbaken en stond als
enige toren aangegeven. De Gooise dorpskerken werden niet zichtbaar
ingetekend, wel de omliggende woningen en boerderijen. Desondanks plaatste
Van Broekhuysen de dorpskernen tamelijk goed ten opzichte van elkaar.
Mogelijk paste hij 'driehoeksmeting' toe via de toren van Naarden en de
dorpstorens. De plaats van de huisjes, die de dorpen voorstellen, berustte
echter bijna zeker op fantasie. Wel verschillen de dorpen in omvang naar
gelang het inwonertal. En in het dorp Huizen, waar vooral vissers woonden,
zijn de woningen dichter opeen getekend. In de overige dorpen, overwegend
bestaande uit boerenhoeven, lagen ze meer verspreid. De paden in de
dorpskernen zijn nauwelijks zichtbaar aangegeven, wel die in de engen. Ook
de verbindingswegen zijn duidelijk te zien. Aan de exacte richting en
ligging van deze zandpaden zal weinig zorg zijn besteed.
Volgens de opdracht van Stad en Lande moest Van Broekhuysen meten en tekenen:
'Beemden, Moerassen, Weijden, Heijden, Waeranden, Wildernissen, Bosch-houwinge
ende Veenen'. (8)
Op de kaart kleurde hij de 'Gemeene Weijden' groen en de erfgooiers 'Heijden'
lichtbruin. Terreinen, waar Stad en Lande geen vruchtgebruik bezat, bleven
wit. De gekleurde percelen voorzag hij van nummers 1 tot en met 37. Rechts
op de kaart schreef hij een lijst, waarop ieder perceel stond aangegeven met
oppervlakte en toponiem (benaming). De oppervlakte vermeldde hij in
Rijnlandse eenheden (1 morgen = 6 hont = 600 roe) Als schaalverdeling was
een liniaal met een lengte van 3 1/2 Rijnlandse duim getekend. Het geheel
werd opgesierd door een passer, waarbij stond geschreven: 'Schale van 350
roeden'.
Op de oorspronkelijke kaart kwam dit overeen met een schaal van circa 1 :
14.400 (9).
Kritiek op de kaart
Na het gereedkomen van de kaart kwam er kritiek uit de verwachte hoek.
Hinlopen gaf commentaar en liet de erfgooiers gronden nameten. Hiervoor koos
hij .... Maurits Walraven. Een zinsnede uit een akte luidde: 'Laeten
examineren bij Landmeter Maurits Walraven, die tot maeken van zelve (kaart)
eerst was aengenomen, dogh weer afgedanckt, heeft mij de zelve Hr. Hinlopen
onder andere verseckert'. (10)
Of het rancune was of anderszins, Walraven 'ontdekte' 13 percelen, die
volgens hem niet goed waren opgemeten. Bovendien waren de oppervlakten niet
goed opgeteld. Tevens vond hij dat de 'Hilversume Weijden' te groot waren en
'het streekt in 't leven (in werkelijkheid) meer zuidoostelijk als op de
Caart werd vertoont'. (10) Toen Walraven's verbeterde versie in 1723 gereed
kwam, had hij slechts van twee percelen de grootte gewijzigd. Zelfs de
werkelijke oppervlakte bleef gelijk, nadat Walraven de optelfout
gecorrigeerd had.
Ook Thierens, de secretaris van Stad en Lande, liet zich niet onbetuigd. Hij
wees Boelhouwer erop, dat Hinlopen volgens de kaart ten onrechte één tot
anderhalve morgen te veel zou bezitten.
De nieuwe grens tussen Gooiland en het Sticht
Van de kaart uit 1709 maakte Walraven een verbeterde uitvoering. Aan het tot
stand komen van deze kaart werd tussen de jaren 1719 en 1723 gewerkt.
Voorafgaande aan deze kartering had Walraven samen met Justus van
Broekhuysen de oostgrens opnieuw gemeten en getekend (11). Daarom droeg het
nieuwe exemplaar de titel: 'GOYLANDT, met de Nieuwe Limiet-schijding tussen
Goijlandt en het Sticht van Utrecht - volgens de Conventie in dato July Ao
1719'.
Om de grens voorgoed vast te leggen waren er vanaf de Leeuwenpaal
tweeëntwintig grenspalen geplaatst. De palen 1 tot en met 3 volgden de
Gooiersgracht, die al eeuwen tevoren als 'Limietschijding' was gegraven. In
de grenslijn kwamen enkele knikken voor. Deze stonden van ouds te boek als 'inschinkeling'.
(12) Verder waren de palen in zuidelijke richting in de hei geplaatst tot
grenspaal 16. Bij dit punt 'alwaar sijn gevonden dreye steenen' (de
oorspronkelijke grensstenen) boog de grens naar het westen. Grenspaal 22
verrees als laatste bij de Egelshoek. Zowel de nummers van de palen als de
onderlinge afstanden vermeldde Walraven op zijn kaart. Kennelijk kregen de
twee rivalen bewust gezamelijk de opdracht tot de grensmeting. Zo konden zij
objectief de belangen van zowel het Gooi als het Sticht dienen. Walraven
werd namelijk anno 1690 in Amsterdam als landmeter toegelaten, terwijl Van
Broekhuysen zijn aanstelling in 1696 kreeg.
De kaart van Walraven
Oppervlakkig gezien kopieerde Walraven slaafs het werk van zijn voorganger.
Gooiland situeerde hij op dezelfde manier. Hij nam de perceelnummering plus
de kleuren en de lijst met oppervlakten over. Alleen de grootte van twee
percelen paste hij zodanig aan, dat het totaal van de 37 stuks gelijk bleef.
Een bewijs hoe 'gezocht' zijn in 1709 gevonden '13 foute percelen' waren.
Wel corrigeerde hij de optelfout van Justus van Broekhuysen. Walraven hield
ongeveer dezelfde schaal aan, maar duidde deze aan met twee schaalbalkjes.
Één van 500 Rijnlandse Roeden en de andere van 500 Gooise Roeden.
Oorspronkelijk was 1 duim op de kaart in werkelijkheid 100 roe oftewel 14400
duim. Na eeuwen krimpen van het papier bleek dit bij nameting circa 1 :
14800 te zijn.
De kaarten van 1709 en 1723 verschilden echter op belangrijke punten.
Allereerst de 'juist' opgemeten oostgrens. Verder de verbeterde aanduiding
van de dorpen. Hiervan tekende Walraven slechts de kerktorens en het
wegennet van de dorpskernen. Hij paste bijna zeker driehoeksmeting via de
torens toe. Een vergelijking tussen de ligging van de eeuwenoude kerken met
een moderne kaart toonde dit aan. Zowel de onderlinge positie als de
afstanden klopten redelijk. Hetzelfde gold ook voor de ligging van de
grenspalen, 's-Gravelandse kavels, Hakkelaarsbrug en andere markante punten.
Walraven gebruikte dus niet alleen een meetketting, maar ook een kompas.
De kaart van Post
'De Nieuwe kaart van Gooilandt' uitgegeven door de gebroeders Ottens, naar
een kopergravure van H. Post, verscheen omstreeks 1740. Dit exemplaar werd
opgedragen aan Hendrik Bicker, waarvan aangenomen kan worden dat hij ook de
opdrachtgever was. In 1725 liet Bicker op de Tafelberg bij Blaricum een
ronde steen plaatsen (13). Daarop stonden de omliggende nederzettingen en de
windstreken gegrift. Deze 'windroos' prijkte dan ook op de kaart. In feite
kopieerde Post het werk van Walraven, maar dan op de kleinere schaal 1 :
25000. Hierdoor en door de aparte inzet van de 'Maatlanden' verkreeg hij een
handzaam formaat van 51 x 81 cm. Het resultaat was als wandversiering meer
geschikt dan voor praktisch nut. Het geheel was voorzien van kleurtjes.
Hiermee werd het onderscheid tussen de grondsoorten of gebruik aangegeven.
Bijvoorbeeld: weiland - lichtgroen; venen - paars; bossen - donkergroen. Die
bossen bevonden zich hoofdzakelijk in de door Post zeer gedetailleerd
aangegeven landgoederen. Één zo'n buitenplaats, gelegen in 's-Graveland, was
van Bicker. Trots liet hij zijn naam en functie 'Fiscael' drukken in de
plattegrond van zijn kavel. Voor zijn kennissen en zakenrelaties een
prachtig 'relatiegeschenk'.
De kaart mocht wel minder professioneel zijn dan de voorgaande, maar door de
grotere verspreiding kwam deze onder ogen van een breder publiek. Voor
algemeen gebruik was dit de enige behoorlijke topografische voorstelling van
het Gooi tot 1843. (in dat jaar liet notaris A. Perk een soortgelijk
eigentijds exemplaar drukken) Ook latere generaties vonden de kaart mooi.
Ooit gaf het Goois Museum hier een herdruk van uit. Daarom was deze, tot
voor kort, de bekendste oude kaart bij de huidige Gooise bevolking.
NOTEN:
1. D. Dekema - De overdracht van het archief van de erfgooiers. TVE, 1994, p
17
2. Caarte van Goyland Ao 1709: ARA Hingman 2592.
3. GOYLANDT met de Nieuwe Limiet-schijding tussen Goylandt en het Sticht van
Utrecht Ao 1723: ARA Hingman 2595
4. Resolutieboek Stad en Lande van Gooiland 1646 - 1717. fol.286 dd.
1709.03.20
5. Uit de geschriften van Lambert Rijksz Lustigh - Stad en Lande archief:
Eigendomsbewijzen en geschied kundige stukken. inv. nr. 05, Map 33 en 39.
6. Resolutieboek Stad en Lande van Gooiland 1646 - 1717. fol. 291 dd.
1709.11.20
7. ARA; Archief van de Rekenkamer der Domeinen, inv. nr. 755 bis Map 1.
8. De opdracht staat rechts onder op de Caarte van Goyland.
9. Rijnlandse oppervlakte-eenheden: 1 morgen = 8516 ca; 1 hont = 1419 ca; 1
(vierkante) roe = 14,19 ca. Rijnlandse lengtematen: 1 roe = 144 duim; =
3,767 m; 1 duim = 2,616 cm.
De schaal van de kaart: 1 duim op de kaart is in werkelijkheid 100 roe
oftewel 14400 duim
10. ARA; Archief van de Rekenkamer der Domeinen, inv. nr. 755 bis Map 1, dd.
1709.12.12
11. Limietscheijdinge tusschen Goijlandt, ende Stigt van Utrecht na
conventie van Ao 1719: ARA Hingman 2594 12 Inschinkeling, zie Woordenboek
der Nederlandse Taal: Van Inschinkelen, Inspringende (scherpe) hoek; ook de
daartoe besloten inham of hoek lands.
13. A.C.J. de Vrankrijker - Toelichting bij de oude kaart van het Gooi. 'Nieuwe
Kaart van Gooilandt' circa 1740: ARA Hingman 2578.
AFBEELDINGEN:
P. 147: Detail "Caarte van Gooiland", J. van Broekhuysen, 1709.
P. 148: Detail "Goylandt", M. Walraven, 1723.
P. 149: Detail "De Nieuwe Kaart van Gooilandt", H. Post, uitg. Gebr. Ottens,
ca. 1740.
VHTE9409.KRT TUSSEN VECHT EN EEM, 12e JRG. NR. 3, SEPTEMBER 1994
31.05.1999
| |
|
| |
|
|
|
Communities & Forums
|
Look at my new
online photo album filled with pictures from my vacations, sporting
events, and my family. |
|
|