Welkom
op myn
Gooiers web site!
Op reis in het verleden
Frans de Gooijer, hoeder van de
history van de erfgooiers
door Joyce Huibers
Noem de woorden erfgooiers en boerderijen en tweeënhalf uur later is Naarder
Frans de Gooijer nog steeds niet uitgepraat. Zijn vader was de laatste
erfgooierboer in de vesting. Hoewel hij zelf nooit de ambitie heeft gehad
boer te worden, heeft zijn familiegeschiedenis hem gegrepen. Sinds het begin
van de jaren zeventig verzamelt De Gooijer alles wat hij er maar over kan
vinden. Mappen, dozen vol staan er op zijn zolder. Inmiddels moet ook hij
toegeven dat het bijna geen hobby meer is
Frans de Gooijer woont in de Gansoordstraat, niet ver van de nog bestaande
boerderij van zijn grootouders op de hoek met de Pijlstraat. De woning is al
een halve eeuw niet meer in de familie, maar regelmatig loopt hij er nog
even langs. Hoewel hij het niet expliciet zegt, is het duidelijk dat de
boerderij van zijn grootouders een beetje zijn grote trots is. ,,Het was een
van de grootste boerderijen uit die tijd. Ik heb alle bewoners nagetrokken
zover ik kon. In de zeventiende eeuw heeft het aan de burgemeester van
Naarden toebehoord. Zesendertig meter lang was de boerderij. Ik heb het zelf
nagemeten en er tekeningen van gemaakt.”
De Gooijer rommelt wat tussen zijn mappen en papieren die de hele eettafel
bedekken. Foto’s , tekeningen, oude koopaktes. Je kan het zo gek niet
bedenken of De Gooijer heeft het wel in een map zitten. ,,Kijk hier heb ik
het”, zegt hij, een tekening tevoorschijn trekkend. ,,De houten achterkant
bestaat niet meer. Toen mijn oma in 1956 overleed ging de boerderij naar een
aannemer. Al haar zonen hadden inmiddels zelf al een boerderij, of hadden
iets in de melkhandel. De aannemer heeft toen de houten schuren afgebroken
en drie huisjes neergezet. De boerderij zelf is enkele jaren later opgeknapt
en in twee woningen verdeeld.”
De Naarder werd in 1933 geboren op een boerderij in de Bussummerstraat. Zijn
vader was zes jaar daarvoor voor zichzelf begonnen. Zijn voorouders
verdienden sinds halverwege de negentiende eeuw de kost als boer in Naarden.
Overgrootvader begon als pachter op het landgoed Oud Crailo, waar nu Linda
de Mol woont. In 1857 betrok hij zijn eigen boerderij in de Bussummerstraat,
een andere dan waar Frans’ vader later in terecht zal komen. Zijn kinderen
begonnen ook een boerderij in Naarden. De grootouders van De Gooijer
betrokken de boerderij op de hoek van de Gansoordstraat met de Pijlstraat in
1895.
,,De vestingboerderijen werden gebouwd om het garnizoen en de bevolking van
voedsel te voorzien. Zeker ten tijde van omsingeling was dat heel praktisch.
Door de koeien en de rogge kon het leger op krachten blijven. De boeren zijn
op die manier tot twee keer toe hun verbouwde producten kwijtgeraakt. Alleen
dan niet aan het eigen leger maar aan het Franse leger, dat in 1672 en in
1813 onder Napoleon Naarden binnen walste en hier lang gelegerd bleef”. De
vesting telde in 1945 nog zeventien vestingboerderijen. Daarvan waren er
zeven van niet erfgooiers. De erfgooiers hadden het recht om hun vee op de
meentgronden te laten grazen, het zogenaamde schaarrecht. ,,De oudste
boerderijen stammen uit de zeventiende eeuw. Van vroegere periodes zijn geen
boerderijen bewaard gebleven. Nu zijn er nog slechts vijf over, al zijn ze
niet allemaal herkenbaar. De kleine boerderijen bestonden uit een voorhuis
met wat houten schuurtjes op het erf. Die van mijn oma en van mijn vader
behoorden tot de grootste.
Ik heb de bewoners van mijn vaders boerderij zover mogelijk terug gezocht.
Blijkt dat familie van de bekende schildersfamilie Ruysdael daar gewoond
heeft. Dat zijn leuke ontdekkingen.”
Drukken
De Gooijer zag zelf niets in het boerenleven. ,,Als wij als kinderen de
koeien in melkenstijd van de gemeenschappelijke weilanden moesten ophalen,
probeerde ik me zo vaak mogelijk te drukken. Kwam ik er niet onderuit, dan
probeerde ik landen of werelddelen te herkennen in de tekening op de huid
van de koeien. Zo leerde ik onze koeien uit honderden anderen herkennen. Ik
ben zo snel mogelijk iets anders gaan doen. Ik werd technisch tekenaar en
ben onder meer hoofdconstructeur bij Stork geweest.”
De Naarder zegt altijd al interesse te hebben gehad in geschiedenis en
aardrijkskunde. ,,Ik werd als kind gegrepen door de verhalen over de
80-jarige oorlog en de Gouden Eeuw. Daar was veel aandacht voor toen ik in
de Tweede Wereldoorlog naar school ging. Machtig mooi vond ik dat. De
interesse in de boerengeschiedenis van het Gooi en Naarden in het bijzonder
is eigenlijk pas veel later gekomen. Toen mijn vader eind jaren zestig uit
zijn boerderij moest, heb ik daar al wel alles opgemeten. Ik had het gevoel
dat ik dat moest doen. De gemeente deed niets, die dacht alleen maar aan de
bouwgrond die vrij kwam.”
“Ik las toen ook al veel over de erfgooiers geschiedenis. Maar de verslaving
is pas echt begonnen zo halverwege de jaren zeventig. Ik wilde me bezig
houden met geschiedenis, maar het wel klein en overzichtelijk houden. Dat
werd het Gooi. Ik had ontdekt dat er wel over de erfgooiers was geschreven,
maar altijd door buitenstaanders, nooit door hen zelf. Veel verhalen van
vroeger gaan vaak over veldslagen en oorlogen of de koninklijke familie. Ik
wilde uitzoeken hoe de maatschappij in elkaar stak, hoe het de gewone burger
verging. Ik behoor tot die oorspronkelijke bewoners van het Gooi. Die
geschiedenis wilde ik niet verloren laten gaan. Vanaf dat moment ben ik het
archief in gedoken, verhalen gaan opschrijven en documenten gaan verzamelen.”
Sinds zijn pensionering is De Gooijer vaak in het archief in Naarden te
vinden. Hij zit in het bestuur van de Stad en Lande Stichting en heeft zich
bezig gehouden met de restauratie van het erfgooiersarchief. Ook is hij lid
van de historische vereniging Blaricum.
De Naarder betreurt het dat in zijn eigen stad zo weinig ‘afgiftepunten’
zijn voor zijn verhalen. ,,Ik schrijf sinds 1987 regelmatig voor De Omroeper,
toevallig afgelopen december nog een heel verhaal over de vestingboerderijen,
en ook wel eens voor Tussen Vecht en Eem. Maar zij kunnen niet altijd alles
gebruiken. Ik ben erg bevlogen in wat ik doe, maar ik ben wel zo’n beetje de
enige hier. Ik mis in Naarden echt mensen om over het verleden te praten. In
Blaricum, waar ik ook veel ben, leeft de geschiedenis van de erfgooiers veel
meer. Daar vind ik ook veel meer gelijkgestemden.”
In de container
De Gooijer is de laatste tijd versneld bezig om zo veel mogelijk informatie
te verzamelen en vast te leggen. In bladen, boekjes en op internet. ,,Vaak
is het puur voor mezelf. Ik ben nu 69 en er kan me van alles overkomen. Het
zou toch vreselijk zijn als alles weg raakt. Dit moet allemaal bewaard
blijven. Mijn vrouw maakt graag de grap dat als ik er niet meer ben ze een
container voor laat rijden en alles er in laat gooien. Weg ermee, opgeruimd
staat netjes. Is eindelijk de zolder weer leeg, zegt ze dan. Ik moet er niet
aan denken dat het gebeurt. Al die informatie, het zijn geen
wereldschokkende zaken. Maar zoiets, de geschiedenis van je voorvaderen,
moet bewaard blijven.”
,,Ik zeg wel eens tegen een vriend van mij die de hele wereld over reist: ik
reis eigenlijk altijd in het verleden. En dat meen ik echt. Ik ben altijd
met dat verleden bezig, zit er helemaal in. Soms misschien wel een beetje
teveel. Dan loop ik verstrooid rond en denk ik aan het einde van de straat:
“Wat ging ik nou toch ook al weer doen.”
Gooi en Eemlander 26.10.2002
Gooiers zijn bewoners
van het Gooi,
Erfgooiers waren erfgenamen van het Gooi.
Over Gooiers wordt tegenwoordig veel geschreven. Bijna iedereen heeft
weleens gehoord van de ‘Gooise Matras ‘ ... enz. Het eerste driekwart van de
twintigste eeuw werd in de lokale pers ook veel aandacht besteed aan de
Erfgooiers en de ‘Erfgooiers Kwestie’. De erfgooiers behoorden tot de
oerbewoners van Gooiland en tot circa 1800 vormden zij in de Gooise dorpen
een ruime meerderheid. Sinds onheuglijke tijden bezaten die inheemsen het
vruchtgebruik van een groot deel van het Gooi. Vooral over dat
gemeenschappelijk gebruik is veel geschreven, vooral van bovenaf en buitenaf.
Als eenvoudige erfgooier wil ik graag mijn eigenwijze mening geven over het
wel en vooral wee van de erfgooiers gemeenschap. Deze
is onlosmakelijk verbonden geweest met de geschiedenis en het lot van het
Gooi. “Het is maar een mening” zou prins Willem Alexander zeggen. Oordeelt
of veroordeelt u zelf.
Reactie, kunt u mailen naar
Mail to Frans De Gooijer
F.J.J. de Gooijer